‘Met een MR-lijst zouden deze mensen zelfs niet naar me willen luisteren’
Foto: rr
Wetstraatredacteur Peter De Lobel is op pad. De komende weken volgt hij voor De Standaard de kiescampagne in Wallonië. Via deze blog kan u meekijken over zijn schouder. Vandaag: de verkiezingsstrijd in Bergen.

Het is geen gemakkelijk publiek dat Georges-Louis Bouchez (Mons en Mieux) tegenover zich heeft. In café ‘Train Train’, pal in de stationsbuurt van Bergen, komt hij dinsdagavond zijn project aan de man brengen. De vaste klanten zitten achter hun Jupilers of trappisten aan de toog. Sociale woningen en veiligheid zijn hier top of mind blijkt al snel.

‘Ik heb een man op straat zien doodbloeden, en de politie was nergens te bespeuren!’ roept een aangeschoten vrouw in de microfoon die ze tijdens de vragenronde meermaals weet te bemachtigen. Een Congolese verklaart daarna opgewonden dat ze dieven doodleuk zag rondrijden met háár gestolen wagen. ‘Om van de drugs en de dealers hier om de hoek nog maar te zwijgen, meneer.’ Bouchez legt uit dat hij hen begrijpt en dat het gedaan moet zijn met ‘commissariaten die om 17 sluiten’. In de plaats moet er politie komen die echt in de straten aanwezig is. Hij wil ook overal camera’s wil. ‘Overal, en niet hier en daar zoals de PS nu doet telkens als er ergens een incident is. Dan verplaatst het probleem zich gewoon.’

Begin deze legislatuur was Bouchez nog MR-schepen in de coalitie van burgemeester Elio Di Rupo (PS). Zes jaar later is hij vast van plan de PS, of het nu Di Rupo of zijn kandidaat-opvolger Nicolas Martin (PS) is, van de troon te stoten. Mons kan beter vindt hij, maar dan zonder almachtige PS. ‘Ik heb goed opgelet de voorbije jaren en gezien hoe de PS haar campagne aanpakt. Ik ga nu naar dezelfde plekken als zij. Het is hier dat we de mensen moeten overtuigen van ons verhaal. Wanneer ze op 14 oktober een keuze maken moeten ze dat niet doen voor een partij die ooit, lang geleden, iets gedaan heeft voor hun ouders of grootouders, maar voor een partij die het beter zal maken voor hun kinderen.’

Partij is eigenlijk het verkeerde woord. Met ‘Mons en Mieux’ groepeert Bouchez volk van verschillende gezindten. Hij en kamerlid Richard Miller (derde plaats) zijn volbloed liberalen van de MR. Tussen hen in staat Opaline Meunier, aan wiens kandidatuur de lokale CDH een ferme kater overhield.  Voorts zijn er leden van Ecolo en ook de PS op de lijst. De rest zijn kandidaten zonder partijkleur. ‘Als ik een MR-lijst zou trekken zouden de mensen hier zelfs niet naar me willen luisteren. Maar met Mons en Mieux kan ik hen wel proberen overtuigen.’

Kwaad spreken over Vlaanderen

Werk, onderwijs en gezondheid zijn de drie grote programmapunten. Bouchez wil een extra boost voor Nederlands in de gemeentescholen. ‘Dat heeft ook met jobs te maken. In Vlaanderen zijn er, maar dan moet je ook Nederlands spreken. Maar het gaat ook niet op om de hele tijd kwaad te spreken van Vlaanderen, maar wel pro-België te zijn. België is geen sociale kas.’

Wanneer ik een uurtje later de zaak verlaat, schudt een andere Mons en Mieux-kandidaat me de hand. Ik zeg hem dat ik mijn wagen ga zoeken, als die intussen tenminste niet uitgebrand, gestolen of aan drugs verslaafd is. Hij lacht. ‘Er is een probleem, zeker, maar het is net iets minder dramatisch dan ze het hier vertellen. En anders komt u maar terug, hé!’