Ruim een op de drie Belgen beweegt te weinig
Lopen, fietsen, zwemmen: we moeten meer bewegen. Foto: Getty Images

We zitten te veel en bewegen te weinig. Ruim een op de drie Belgen beweegt onvoldoende. België scoort daarmee onder het internationale gemiddelde. Vooral vrouwen komen te weinig aan bewegen toe.

Stapels wetenschappelijke literatuur hebben het al bewezen: bewegen is gezond. Wie fysiek actief is, loopt minder kans op cardiovasculaire aandoeningen, hypertensie, diabetes en borst- en darmkanker. Wie meer beweegt, voelt zich mentaal ook beter, kan dementie vertragen en kan beter een gezond gewicht bewaren.

Dat zijn ook de redenen waarom de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) het onvoldoende bewegen tegen 2025 met tien procent wil terugdringen. De WHO definieert voldoende bewegen als 150 minuten per week bewegen aan matige intensiteit (bijvoorbeeld fietsen of stevig wandelen) en 75 minuten aan een hoge intensiteit (bijvoorbeeld stevig doorzwemmen) of een evenwaardige combinatie van beiden.

Mannen doen het beter dan vrouwen

Uit een internationale studie, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet, blijkt nu dat de WHO-ambitie tegen 2025 niet gehaald wordt, tenzij beleidsmakers ingrijpen. De studie, die gegevens van 358 onderzoeken uit 168 landen verzamelt, toont aan dat 27,5 procent van de bevolking onvoldoende beweegt. Mannen (23,4 procent) doen het iets beter dan vrouwen (31,7 procent).

België doet het, net als veel andere westerse landen, slechter dan het wereldwijde gemiddelde. In België beweegt 35,7 procent van de bevolking te weinig. Vooral vrouwen komen onvoldoende aan bewegen toe (vier op de tien vrouwen, tegenover drie op de tien mannen).

Vooral probleem in rijke landen

De studie bevat opvallende evoluties en geografische verschillen. Zo is het probleem duidelijk groter geworden in rijke westerse landen terwijl het kleiner is geworden in het Verre Oosten en in Zuidoost-Azië. In de westerse landen was er tussen 2001 en 2016 een stijging van 30,9 procent naar 34,6 in 2016, terwijl in het Verre Oosten en Zuidoost-Azië in dezelfde periode een daling was van 25,7 naar 17,3 procent.

Verder blijkt het probleem dubbel zo groot in rijke landen als in arme landen. Er zijn zeven landen waar het cijfer onder de 10 procent zit: Oeganda, Mozambique, Lesotho, Tanzania, Niue, Vanuatu en Togo. In vier landen ligt het boven de 50 procent: Koeweit, Amerikaans-Samoa, Saudi-Arabië en Irak.

De onderzoekers dringen bij beleidsmakers aan op actie. Nationale beleidsmakers moeten mensen aanmoedigen om meer te fietsen en te wandelen en ze zouden ook de deelname aan sport en actieve recreatie meer moeten promoten. Er moet ook iets gebeuren aan de ‘genderkloof’. Zo moeten vrouwen meer en vlotter toegang krijgen tot activiteiten in de vrije tijd.