3+2? Ook meisjes weten het antwoord
Foto: belgaimage
Op piepjonge leeftijd zijn meisjes even goed in wiskunde als jongens. Maar stereotypen gooien daarna roet in het eten.

‘Vrouwelijke wetenschappers spraken me spontaan aan over het resultaat van onze studie. Omdat ze vinden dat het eindelijk gedaan moet zijn met die automatische aanname dat meisjes slechter zouden zijn in wiskunde.’

Aan het woord is professor Bert De Smedt, verbonden aan de faculteit psychologie en pedagogische wetenschappen van de KU Leuven. Samen met enkele collega’s heeft hij een batterij vier- en vijfjarigen diverse wiskundige proeven voorgelegd. Die varieerden van tellen tot veertig, eenvoudige sommen maken en cijfers herkennen tot een wiskundig spelletje met stripfiguren op een computer. De onderzoekers gaven de kleuters telkens punten.

Nadat alle resultaten bij elkaar zijn gelegd, is er een duidelijk resultaat naar boven gekomen: de meisjes die deelnamen aan het onderzoek kwamen er helemaal niet slechter uit dan de jongens. De scores waren ongeveer gelijk.

Dat is een verrassing omdat op de lagere school jongens stelselmatig beter scoren in wiskunde. Dat toonde onder meer het Vlaamse peilingsonderzoek naar de eindtermen uit 2016 aan. In de STEM-opleidingen zijn jongens ook oververtegenwoordigd.

Maar meisjes zijn dus niet van nature slechter dan jongens in wiskunde, toont het onderzoek van De Smedt en collega’s nu aan.

Lagere verwachtingen
Wat wel een rol speelt in de latere scheefgroei,  suggereert de professor, zijn de vaak onbewuste lagere verwachtingen die ouders en leerkrachten voor meisjes hebben. ‘En dat vanuit het stereotiepe beeld dat wiskunde niets voor meisjes zou zijn.’

Hij roept op om bewuster om te gaan met stereotypes, zowel in het onderwijs als in de opvoeding. ‘We moeten de interesse in wiskunde in gelijke mate aanwakkeren bij jongens en meisjes.’

De tests wijzen overigens op een groot verschil tussen de individuele prestaties van vier- en vijfjarigen. De onderzoekers proberen er nu achter te komen wat daar de verklaring voor is. Dat is niet onbelangrijk. De Smedt haalt eerder onderzoek aan waarin wiskundige vaardigheden op jonge leeftijd een goede voorspeller blijken te zijn van de latere sociaaleconomische status.