Regering-Michel begraaft wet op woonstbetredingen
Ministers Geens en Francken Foto: rr
De omstreden wet over huiszoekingen bij illegalen, komt er deze legislatuur niet meer. Ze ligt te gevoelig aan Franstalige kant.

De wet op de woonstbetredingen moest een essentiële schakel vormen in het sluitstuk van de migratiepolitiek van de federale regering: het terugkeerbeleid. Het wetsontwerp van minister van Justitie Koen Geens (CD&V) en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) liet de politie toe om na toestemming van een onderzoeksrechter woningen te betreden waar personen die illegaal in het land verblijven, zich zouden bevinden.

Maar de wet komt er niet meer voor het einde van de regeerperiode, zegt Geens in een interview met De Standaard naar aanleiding van de start van het gerechtelijk jaar. ‘Als ik zeg dat het absoluut niet evident is dat de wet er nog komt, dan versta je wat ik bedoel’, aldus Geens. In Franstalig België is de wet ‘inaudible’, of taboe, geworden, voegt hij daaraan toe. ‘De regering heeft zowat van elke Brusselse of Waalse gemeente een motie gekregen om er niet mee door te gaan.’ Eerder gaven federale N-VA-bronnen al aan dat de wet er niet meer zou komen, maar premier Charles Michel (MR) en Geens hadden de deur nog steeds op een kier gehouden.

De mislukking van de wet heeft alles te maken met het protest dat in januari oprees toen de regering het wetsontwerp voorstelde. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) zat volop verwikkeld in de crisis rond de mogelijke foltering van uitgewezen Soedanezen. Tegelijk laaide de discussie over de hulp aan transmigranten in het Maximiliaanpark opnieuw op.

Gevreesd werd dat de wet vrijwilligers die mensen uit het park opvingen, viseerde, omdat ze de politie zou toelaten om ook binnen te vallen bij goedmenende derden die om humanitaire redenen onderdak verlenen aan mensen zonder papieren. Die zogenaamde Anne Frank-passage gaf tegenstanders munitie om de tekst de ‘achterhuiswet’ te noemen.

Verkeerde timing

Vooral in Franstalig België grepen allerlei middenveldorganisaties en belangengroepen de wet aan als symbool om het federale migratiebeleid te kapittelen. Maar ook de onderzoeksrechters, vele steden en gemeenten, en ook liberale politici aan beiden kanten van de taalgrens keerden zich tegen de wet. Uit de politieke barometer van deze krant bleek nochtans dat een meerderheid van de MR-kiezers in Brussel en Wallonië de wet steunen, net als 71 procent van alle Vlamingen. 

Premier Michel trok het dossier naar zich toe, en de regeringspartijen onderhandelden over aanpassingen. Maar nu is dus duidelijk dat de tekst Michels lade niet meer uitkomt. ‘De timing van deze wet zat verkeerd’, zegt Geens. ‘De Franstalige publieke opinie heeft dat op het verkeerde moment moeten slikken. En dat terwijl er niets te slikken was.’

Geens betreurt afvoering

Bij de toepassing van de wet zouden volgens Geens enkel vreemdelingen worden geviseerd wiens asielprocedure was afgewezen en die meermaals het bevel hadden gekregen om het grondgebied te verlaten. Migranten die in België geen asiel willen aanvragen, zouden er zo aan ontsnappen.

Geens betreurt de afvoering. ‘De wet was veel beter dan de bestaande toestand. De politie dacht dat een huiszoeking zomaar mocht, zonder de tussenkomst van de onderzoeksrechter. Deze wet was in het voordeel van de rechtsbescherming.’