De Europese Commissie wil vandaag nog beslissen over de afschaffing van de zomer- en wintertijd. Daarna moeten ook de lidstaten en het Europees Parlement akkoord gaan.

‘De mensen willen dat, wij doen het’, zegt Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker op de Duitse omroep ZDF. Hij verwijst daarmee naar een onlinebevraging over de kwestie.

Meer dan 80 procent van de 4,6 miljoen Europeanen die afgelopen zomer deelnamen aan de bevraging willen af van de halfjaarlijkse omschakelingen tussen zomer- en wintertijd. Nog nooit namen meer mensen deel aan een openbare consultatie van de Europese Commissie.

De Commissie heeft altijd benadrukt dat de bevraging geen referendum is, en dat het resultaat slechts één element vormt van het onderzoek. Maar het resultaat zomaar terzijde schuiven lijkt door de recorddeelname niet vanzelfsprekend. Het zou zinloos zijn om de mensen te bevragen om er dan niets mee te doen, zegt ook Juncker.

Binnenkort publiceert de bevoegde Europese Commissaris Violeta Bulc een rapport over de bevraging, waarna overleg zal beginnen met het Europees Parlement en ‘stakeholders’. Daarna kan de Commissie een voorstel lanceren dat door de lidstaten en het Europees Parlement moet worden goedgekeurd.

 

Winter- of zomertijd?

Maar wat wordt het dan? Altijd zomertijd of altijd wintertijd? Op de vraag naar hun voorkeur kiest een meerderheid ervoor dat het altijd zomertijd blijft, dus twee uur voor Greenwich Mean Time. Momenteel draaien we tijdens de wintermaanden een uur terug, tot één uur voor GMT.

Als we het aan mensen vragen die het kunnen weten, Frank Deboosere bijvoorbeeld, dan krijgt u een pleidooi voor de wintertijd omdat die dichter aansluit bij de echte zonnetijd (om 12 uur hoort die pal boven ons te staan). Als we niet zouden omschakelen naar wintertijd, zou de ochtendspits bijvoorbeeld maandenlang in de duisternis verlopen. En dat vergroot de kans op ongevallen, klinkt het.