zaterdag 1 september 2018 - dS Weekblad
closefacebook gplus nextprevtwitter video

Zeebrugge-Londen: het verhaal van Arshiya, Arman, Aryan en Yashar

UK? OK!

Een voor een raakten de Iraanse broers Arshiya, Arman en Aryan, verstopt in een vrachtwagen, in Engeland. Yashar, de oudste, bleef achter, werd ingelijfd door smokkelaars en belandde in de cel. Vandaag ligt de hel van Zeebrugge al een tijdje achter hen. ‘Als ik in Londen rondloop en daklozen zie, denk ik soms: oh my god, ik was net zoals zij.’ 

Dus jullie zijn met de trein gekomen? Not by truck?’ Arman trekt de kap van zijn sweater ondeugend over zijn hoofd, Arshiya lacht zijn tanden bloot. Ze kunnen erover grappen, nu wel. Twee jaar geleden kwamen de tweelingbroers (18) elk verstopt in een vrachtwagen vanuit Zeebrugge naar het Verenigd Koninkrijk. Enkele dagen later volgde Aryan (16), de jongste broer. Een paar maanden later Yashar (20), de oudste. Vandaag lijkt Zeebrugge voor hen een ver verleden. Een slechte grap.

dS VIDEO - Migranten op weg van Zeebrugge naar Londen. De Standaard

‘Elke dag deelden ze aan de kerk voedsel uit. We gingen er als zombies op af, dood van de honger. De mensen in Zeebrugge waren nice’

Aan een bankje voor het metrostation van Barking wachten de vier broers ons op. In deze oostelijke rafelrand van Londen wonen vooral Afghanen, Pakistani en andere nieuwkomers, omdat alleen hier de huizen betaalbaar zijn. De wijk kreeg al een paar keer de titel ‘meest miserabele plek’ in het Verenigd Koninkrijk om te wonen. Arshiya wijst in het rond. ‘Dit is niet wat ik mij van Engeland had voorgesteld toen ik hier aankwam. Ik dacht dat het de hemel was. Ik had foto’s gezien. Van Tower Bridge en zo. But it’s full of refugees here.’ Opnieuw die kwinkslag. ‘It’s fine. I like it.’

Twee haltes verder, in Becontree, ligt de stadsdrukte achter ons. In een rustige wijk nodigen de broers ons bij hen thuis uit. In het voortuintje staan een scooter en enkele vuilnisbakken. In het gras liggen de resten van een pak friet. Het koertje doet dienst als één groot droogrek voor ondergoed. Ze wonen er bij hun tante, die voor de minderjarige broers optreedt als voogd. In afwachting van hun asielbeslissing, die al twee jaar op zich laat wachten, kregen ze de woning van de overheid toegewezen. Ze tonen hun kamer. Aan de muur hangen foto’s van de gastgezinnen waar ze eerder verbleven.

‘Sinds we in Engeland zijn, zijn we al een paar keer verhuisd’, zegt Arshiya, de mondigste. ‘De eerste gastfamilie bij wie Arman, Aryan en ik mochten intrekken, woonde in Essex, buiten Londen. We spraken geen woord Engels en moesten naar school. De vrouw kwam uit Frankrijk en stelde ons gerust. Zei dat ze in het begin ook geen Engels praatte. Ze kocht kleren voor ons. Het schooluniform was so nice. We zagen eruit als gentlemen! Ze hadden nog drie jongens. We waren met z’n zessen en trokken er samen op uit. Naar Tower Bridge en zo. We waren een echte familie, zoals vroeger in Iran.’ Voor het eerst sluipt er weemoed in zijn stem.

Yashar houdt zich wat op de achtergrond. Hoewel hij als laatste de oversteek naar Engeland maakte, heeft hij al asiel gekregen. Toch is hij nog altijd zwervende. ‘Soms slaap ik hier bij mijn broers op de bank, soms bij mijn andere tante, soms bij vrienden. Ik zoek nog mijn eigen stekje.’

Het belangrijkste, zegt hij, is dat ze samen zijn, hij en zijn broers. Veilig. ‘We zijn hier pas’, zegt hij. ‘We hebben een goed leven nu. We krijgen steun van de overheid. UK is okay.’

Een maand op biscuits

UK? Ok! is de mantra van migranten in het Maximiliaanpark. Het is de wensdroom van verstekelingen in Zeebrugge. Zelfs na de zoveelste mislukte oversteekpoging breng je hen niet van het idee af. Het Verenigd Koninkrijk was ook voor de vier broers het einddoel.

‘Ik moest al mijn kleren uitdoen. Terwijl ik me uitkleedde, lachte de politie in Zeebrugge me uit. Ze zeiden: sit down. Stand up. En doe je hand weg voor je kruis’

‘Eigenlijk wilde ik eerst in Turkije asiel vragen’, vertelt Yashar. ‘Dan kon ik in Amerika, Canada of Australië hervestigd worden. Maar ik moest te lang op een antwoord wachten. Ik wist niet wat er zou gebeuren. En life was boring there. Na acht maanden was ik het wachten zat en heb ik een smokkelaar betaald om verder te reizen. Naar Europa.’

Zijn broers vluchtten later uit Iran. Elk apart. Pas in de jungle van Calais zagen ze elkaar terug. Toen het niet lukte om vanuit Calais en Zeebrugge over te steken, overwoog Yashar met zijn broers naar Noorwegen te gaan. Ook al hadden hun ouders smokkelaars betaald om hen naar het Verenigd Koninkrijk te brengen, waar hun tantes woonden. ‘Ik had gehoord dat het leven in Noorwegen ook goed was’, zegt hij. ‘En ik was het proberen en het leven op straat in Zeebrugge moe.’

‘Seabruges…’ Arshiya zucht. Ze hebben er maanden op straat geslapen. Op het strand. Onder de brug. Overal waar het kon. Soms regende het. Het was de winter van 2016. Januari, februari. En koud. ‘Het enige wat ik had, was mijn slaapzak. We hebben ons toen veel zorgen gemaakt over onze veiligheid. Als ik in Londen rondloop en daklozen zie, denk ik soms: oh my god, ik was net zoals zij.’

Arman.

‘We were on our own’, zegt Yashar. ‘We hadden geen geld. Door de Amerikaanse sancties heeft Western Union in ons land geen kantoren en mogen banken geen zakendoen met banken hier. Onze familie kon ons geen geld overmaken. Soms hielpen andere vluchtelingen ons als tussenpersoon.’

‘Een maand heb ik op biscuits geleefd. Een paar per dag’, zegt Aryan.

En toch was er hulp. Liefdadigheid. Arshiya herinnert zich een koppel dat elke dag eten klaarmaakte en kleren uitdeelde. Er waren anderen die thee schonken, om hen warm te houden. Ook aan de pastoor van Zeebrugge bewaren ze goede herinneringen. Of iemand katholiek of moslim was, maakte hem niet uit, zeggen ze.

‘Ik heb gebeden dat ze mij niet zouden zien. Toen ik voelde dat de container aan boord van een schip werd gehesen, ben ik beginnen te huilen’

‘Elke dag deelden ze aan de kerk voedsel uit’, zegt Arshiya. ‘We gingen er als zombies op af, dood van de honger. Er was een vrouw die mij en mijn broers bij haar thuis uitnodigde voor een douche. We kregen ook nieuwe kleren. Ze koos er de minderjarigen uit. Zei ons dat het mogelijk was om in België asiel te vragen. Dan zei ik dat het niet kon. Dat ik geen keuze had.’

‘Er hingen toen veel vluchtelingen uit Iran in Zeebrugge rond. We waren op het nieuws. Ze zeiden dat de mensen ons niet mochten komen helpen. De politie wilde ons liever zien vertrekken, denk ik.’ Zonder dat hij het beseft, doelt Arshiya op de West-Vlaamse gouverneur Carl Decaluwé, die de buurtbewoners die winter opriep geen gestrande migranten meer te helpen. De voedseluitdeling noemde hij een ‘aantrekkingspool’. De uitspraak kwam hem op veel kritiek te staan. Arshiya glimlacht. ‘De liefdadigheid werd er alleen groter door. De mensen in Zeebrugge waren nice.’

In tegenstelling tot de politie, zeggen ze. Elke nacht probeerden ze over te steken, maar ze werden vaak betrapt, omdat er camera’s hangen. In het politiecommissariaat moesten ze hun vingerafdrukken laten nemen. ‘Ik was bang dat ze me zouden slaan als ik het niet deed, en gehoorzaamde’, zegt Arshiya. ‘Ik moest al mijn kleren uitdoen. Ik droeg drie T-shirts, twee hoodies en een jas. Terwijl ik me uitkleedde, lachten ze me uit. Ze zeiden: sit down. Stand up. En doe je hand weg voor je kruis.’ Arshiya pauzeert, slikt de schaamte door. ‘Dat maakte me zo verdrietig. Ik was zo jong… Wie heeft graag dat anderen je naakt zien, zeker als je moslim bent?’

‘Heel de reis heb ik geslapen en gebeden. Het was bijna Nieuwjaar in Iran. Ik wenste dat ik mijn moeder eindelijk nog eens goed nieuws kon brengen. Toen ik wakker werd, zag ik dat mijn gsm een signaal opving uit Engeland’

‘Ze schenen met een zaklamp onder de vrachtwagens. Niet ver van mij vandaan werden twee vluchtelingen betrapt. Ik werd gek’

‘Ooit wil ik terug naar Zeebrugge. Slapen in het strandhotel waar we niet binnen mochten. Tonen dat we niet meer dezelfde mensen zijn’

De volgende dag liet de politie hen gaan. ‘Zo ging het elke keer opnieuw.’

Regen, een soundtrack

In de haven van Zeebrugge raken, was een koud kunstje, herinneren de broers zich. Zeker met de hulp van smokkelaars. Overal zaten gaten in de omheining. De moeilijkheid was ongemerkt in de container van een vrachtwagen klimmen die klaarstond om op de veerboot te rijden. ‘Op 1 februari is het mij eindelijk gelukt’, vertelt Arshiya. Hij trekt zijn shirt omhoog en toont een litteken onder zijn linkerschouder. Een aandenken aan die nacht. ‘Ik moest over een hek met prikkeldraad klimmen. Ik zakte door mijn arm en heb mijn rug opengereten. De smokkelaar knipte de ketting van de container door. Ik verstopte me achterin, tussen de lading dozen.’

Zijn tweelingbroer Arman was er ook bij. Smokkelaars verstopten hem in een andere vrachtwagen, vlakbij. ‘Elke seconde denk je: nu gaat de politie mij vinden’, zegt Arman. ‘Je durft niet te ademen, niet te bewegen. Je moet veel geluk hebben.’

Arshiya.

Arman had geen geluk en werd gevonden. De security opende de vrachtwagen waarin hij zat en duwde tegen de lading. ‘Ik kon het niet meer houden. Ik riep: okay, I’m coming down.’ Arshiya hoorde zijn broer roepen. ‘Ik dacht: nu gaan ze ook mij vinden. Ze hebben mijn container opengemaakt, en schenen met hun zaklamp naar binnen. Een man kroop zelfs op de lading. Maar omdat de ruimtes tussen de lading achterin zo klein waren, geloofde hij niet dat iemand zich daar kon hebben verstopt. Ik heb gebeden tot God dat ze mij niet zouden zien. Ik geloof echt dat hij me die nacht heeft geholpen. Toen ik voelde dat de vrachtwagen op het schip reed, ben ik beginnen te huilen.’

Vierentwintig uur zat Arshiya alleen in het donker. Hij had geen eten of drinken bij zich. Alleen een plastic fles om zijn behoefte in te doen. ‘Heel de reis heb ik geslapen en gebeden. Het was bijna Nieuwjaar in Iran. Ik wenste dat ik mijn moeder eindelijk nog eens goed nieuws kon brengen. Toen ik wakker werd, zag ik dat mijn gsm een signaal opving uit Engeland. Toen pas durfde ik te geloven dat het waar was. Ik was in het Verenigd Koninkrijk. Ik heb meteen mijn tante in Londen gebeld. Toen ze mijn stem hoorde, liet ze de telefoon vallen. Ik hoorde haar huilen.’

Eenmaal op Engelse bodem deed Arshiya wat de smokkelaars hem hadden geleerd: hij kroop uit de vrachtwagen en vroeg de security van de haven om hem in de boeien te slaan. ‘Zo’, zegt hij, terwijl hij zijn polsen over elkaar kruist. ‘Daarna verzocht ik om water. Ik wilde drinken. Veel drinken. Een sociaal werkster nam me mee en gaf me onderdak, in afwachting van een gastfamilie. Toen wist ik zeker dat ik veilig was. Ik zei haar dat mijn broers nog onderweg waren, en dat ze mij iets moest laten weten zodra ze zouden aankomen.’ Hij lacht guitig. ‘Het was een periode waarin nog weinig vluchtelingen erin slaagden naar Engeland over te steken. Toen lukte het mij. En kregen de anderen weer hoop.’

‘Terwijl ik me uitkleedde, lachte de politie in Zeebrugge me uit. Ze zeiden: sit down. Stand up. En doe je hand weg voor je kruis’

Amper vier dagen later zette ook Arman voet op Engelse bodem. Nog drie dagen later volgde Aryan. ‘Een verschrikkelijke ervaring’, zegt die. ‘Ik verstopte me eerst een hele nacht onder een vrachtwagen. Ik was bang dat de politie mij zou vinden. Soms schenen ze met een zaklamp onder de vrachtwagens. Niet ver van mij vandaan werden twee vluchtelingen betrapt. Ik was zo jong, voelde me zo alleen. Ik werd gek. Toen de vrachtwagen ’s ochtends de boot op reed, klampte ik me aan het chassis vast. Ik heb me zo een uur lang moeten vasthouden, tot ik veilig was.’

Arman herinnert zich vooral hoe de smokkelaar een hele nacht probeerde een vrachtwagen te openen die naar het Verenigd Koninkrijk zou worden verscheept. Pas ’s ochtends slaagde hij erin om hem in een laadruimte te verstoppen. Het regende hevig. ‘Het tikkende geluid van de regen op de metalen container maakte me rustig. It was like the soundtrack for my journey. Ik had niet langer stress, huilde van geluk en begon mijn leven in de UK al te plannen.’

Hij begon ook te drinken. ‘Om het warm te krijgen. De vrachtwagen zat vol wijn.’

Yashar.

Zijn tweelingbroer lacht. ‘De Engelse politie moest hem uit de vrachtwagen halen omdat hij niet meer op zijn benen kon staan!’

‘Ik had een hele fles gedronken. I was so drunk.’

MNM & Peter Van de Veire

Terwijl Arshiya, Arman en Aryan de hemel hadden bereikt, bleef Yashar achter. Voor hem moest de hel nog beginnen.

‘Ooit wil ik terug naar Zeebrugge. Slapen in het strandhotel waar we niet binnen mochten. Tonen dat we niet meer dezelfde mensen zijn’

‘Het geld was op’, zegt hij. ‘Onze Koerdische smokkelaars hadden al 10.000 pond gekregen om mijn broers de grens over te smokkelen. Ze wilden nog eens 6.000 pond. Die had ik niet. Oké, zeiden ze, dan moet je voor ons werken. Ik moest in de buurt van de haven op de uitkijk staan. Hen waarschuwen als de politie eraan kwam en zo. Ik kon snel lopen als het moest. Telkens als ik hen had geholpen iemand de grens over te smokkelen, beloofden ze dat het de volgende keer aan mij zou zijn. Elke keer braken ze hun belofte.’

Drie maanden wachtte hij op zijn kans. Toen een van zijn smokkelaars werd opgepakt en de andere op de loop ging, wist hij: it’s now or never. Yashar kende de haven intussen als zijn broekzak, maar nam in z’n eentje enorm veel risico’s. ‘Ik verstopte me net als Aryan onder een vrachtwagen, hield me tussen de achterste wielen aan het onderstel vast, tot de vrachtwagen de ferry binnenreed. Het is de gevaarlijkste manier om over te steken. Ik wist dat een val dodelijk kon zijn. Maar ik was bereid elk risico te nemen. Op een gegeven moment beslis je: het is Engeland of de dood.’ Hij was ook onder invloed, zegt hij. ‘Morfine. Veel vluchtelingen nemen het voor de oversteek. Het helpt je de donkere en lange uren te doorstaan.’

Toen zijn broers Yashar terugzagen, zag hij er enorm vermagerd uit. Anders ook. Ouder. Niet goed.

‘Ze schenen met een zaklamp onder de vrachtwagens. Niet ver van mij vandaan werden twee vluchtelingen betrapt. Ik werd gek’

Hij belandde in het ziekenhuis en later in een opvangtehuis in Londen. Na zes maanden kreeg hij asiel en verhuisde hij naar Croydon, waar hij een kamertje huurde om dichter bij zijn broers te zijn die daar bij een andere gastfamilie woonden.

‘Bijna een jaar later, op een zaterdagochtend in mei, werd er aangebeld. Interpol. Een agent vroeg me of ik ooit een valse naam had gebruikt. Ik wist niet waarover hij het had. Zei dat ik op een datingsite ooit weleens een Engelse naam had opgegeven. Hij kon er niet mee lachen. Of de naam Mansor mij bekend in de oren klonk, wou hij weten. Meteen moest ik aan België denken. Dat was de naam die de smokkelaars in Zeebrugge mij hadden gegeven. Het was ook de naam waaronder ik bij de politie in België bekendstond. Ik werd meegenomen. Ik wist niet waarheen, wel dat het niets goeds te betekenen had. Ik moest voor Westminster Court verschijnen. Daar hoorde ik van een rechter dat ik in België bij verstek was veroordeeld voor smokkel en illegaal verblijf, tot drie jaar en drie maanden. Ik moest mijn straf in België gaan uitzitten. Ik kon mijn oren niet geloven. Ik wist niet eens wat ik fout had gedaan. Drie jaar en drie maanden cel. For what? For nothing! Ik was 19. Ik zag mijn toekomst instorten.’

Yashar is ervan overtuigd dat de smokkelaars die hem hadden verplicht in Zeebrugge op de uitkijk te staan, hem erin hebben geluisd om zelf een mildere straf te krijgen. In de gevangenis van Brugge liep hij hen weer tegen het lijf. ‘Ik was bang en blij tegelijk’, zegt hij. ‘Na een maand had ik mijn familie nog altijd niet kunnen laten weten waar ik zat. Toen ik thuis werd opgepakt, werd mijn gsm afgenomen. Ik kende geen enkel telefoonnummer uit het hoofd. Ik wist dat mijn smokkelaars nog een nummer moesten hebben, want soms vroegen ze mijn familie om meer geld. Ik haatte hen, maar ik had hen nodig.’

Aryan.

Intussen leefden zijn broers in Londen weken in onzekerheid. Geen van hen wist waar Yashar was. Overal zochten ze. In ziekenhuizen, in politiekantoren. Hij was verdwenen. ‘We waren echt bang dat hem iets ergs overkomen was.’

‘Ik begrijp niet dat mensen het tien of vijftien jaar in de gevangenis kunnen volhouden’, vertelt Yashar. ‘Ik zat als een hond in een veel te kleine cel. De meeste dagen lag ik op bed. Luisterde ik naar muziek, MNM en Peter Van de Veire. De taal sprak ik niet, waardoor ik weinig vrienden maakte. Ik heb veel slapeloze nachten gehad. De hele tijd lag ik te piekeren over wat er met mij zou gebeuren. Ik was bang dat ze me naar Iran zouden deporteren.’

Vanuit de gevangenis vroeg Yashar een nieuw proces. Zijn advocate pleitte dat er geen sprake kon zijn van mensensmokkel, omdat hij niet uit winstbejag had gehandeld en door zijn smokkelaars verplicht werd mee te werken. Ze vroeg de vrijspraak. Die kreeg hij niet, wel een half jaar strafvermindering. Op 29 december 2017 mocht hij na zo’n zeven maanden de gevangenis verlaten. Hij was toen al overgeplaatst van Brugge naar Wortel. ‘Ze hebben me op het vliegtuig naar Londen gezet. Had ik geen asiel in Engeland gehad, dan was ik naar Iran gestuurd.’ Hij staart, dwars door alles heen.

Schoonheidssalon

‘Elke dag deelden ze aan de kerk voedsel uit. We gingen er als zombies op af, dood van de honger. De mensen in Zeebrugge waren nice’

Hij heeft veel slechte dingen meegemaakt, zegt Yashar, maar vergeten wil hij ze niet. ‘Als je alles probeert te vergeten, dan ga je ook vergeten wat je eruit hebt geleerd.’ In Iran was hij een mama’s kindje, zegt hij. Zijn moeder kookte voor hem, ruimde zijn kleren op. Door nachtenlang op straat te moeten slapen, door zelfstandig te leren zijn, is hij een andere man nu en kijkt hij anders tegen het leven aan, zegt hij. Gekwetst, maar ook gehard. ‘In Iran hebben we daar een uitdrukking voor: van hoe hoger een bal op de grond botst, hoe hoger hij weer de lucht ingaat. Begrijp je?’

Arshiya beaamt. ‘In Turkije moest ik op een overladen bootje stappen. Het kapseisde. Mensen zijn voor mijn ogen verdronken. Dat was de eerste keer dat ik dacht: now I’m dead. Ik heb al zwemmend een Grieks eilandje kunnen bereiken. Aan de grens tussen Slovenië en Oostenrijk heb ik gezien hoe mensen door de massa werden platgedrukt, ook kinderen. In de jungle van Calais zijn we in aanvaring gekomen met smokkelaars, omdat we op hun territorium waren gekomen. Ik ben daar op de loop moeten gaan, en heb zelfs een revolver tegen mijn hoofd gekregen. Weer dacht ik: het is gedaan. I was fifteen, you know.’

‘It was a bad life’, zegt Arman.

‘Maar we hadden een plan’, zegt Arshiya. ‘We zijn altijd gefocust gebleven.’

Hun doel hebben ze bereikt. De UK. Waar ze zich geen zorgen meer hoeven te maken over wat er morgen kan gebeuren, zoals in Iran. Waarvan Yashar hoopte dat zijn broers er zouden kunnen studeren.

Wat Aryan, de jongste, wil worden, weet hij nog niet. Arman wel. ‘Voetballer.’ Arshiya, zijn tweelingbroer met hip baardje, weet het ook. ‘Boekhouder. Ik ben goed in wiskunde. It’s like a game for me.’ Maar waar hij echt van droomt, is model worden. Hij heeft er, net als zijn broers, de looks voor. ‘De Engelse meisjes houden van jongens met zwart haar en dikke wenkbrauwen. Het is heel makkelijk om een liefje te vinden, zelfs als je de taal niet spreekt. Je zegt gewoon: “U. Me. Girlfriend. Boyfriend”.’ Hij ging al eens naar een modellenbureau maar werd geweigerd omdat zijn ouders niet bij hem waren. Nu hij achttien is, wil hij het opnieuw proberen. ‘Mijn broers en ik hebben een camera gekocht. We maken foto’s van elkaar en gooien die op Instagram.’

En Yashar, waar droomt hij van? ‘Ach God, wat moet ik zeggen?’ Er sluipt sarcasme in zijn stem: ‘Vrachtvervoer is niet echt mijn ding gebleken.’ Een schoonheidssalon beginnen met zijn broers, wil hij. Hij houdt van hippe kapsels en tattoos. ‘Ik heb er laten zetten in Iran, Turkije en Engeland.’

Maar ook al hebben ze hun doel bereikt, vergeten wil Arshiya, net als Yashar, evenmin. Later wil hij aan zijn kinderen kunnen vertellen wat ze hebben meegemaakt. Door Europa reizen, langs de plekken waar hij is geweest. ‘Ik wil weten: wat is er met mij gebeurd? Heb ik hier echt geslapen? Ik wil weten wie ik was om beter te begrijpen wie ik geworden ben.’

‘Ik zou graag teruggaan naar Zeebrugge’, zegt Yashar. ‘Slapen in het hotel aan het strand, waar we niet binnen mochten omdat we geen geld hadden. Op de bus meden ze ons omdat we vuil waren. Ik zou graag tonen dat we niet meer dezelfde mensen zijn.’

Bekijk de video die van dit verhaal is gemaakt op: www.standaard.be/engeland

Sport
  1. Italiaanse derdeklasser na 20-0 nederlaag uit competitie genomen
  2. Nani verlaat Sporting Lissabon en kiest voor Amerikaans avontuur
  3. Vrijdag valt vonnis over vrouwenwedstrijd tussen Standard en Anderlecht die compleet uit de hand liep
  4. Emma Plasschaert en Jonas Gerckens zijn Zeilster en Zeiler van het Jaar
  5. Sebastian Vettel snelste tijdens eerste F1-testdag in Barcelona
  6. 22 jaar en al naar China: Oostende laat Nederlandse spits Zivkovic gaan
  7. Slecht nieuws voor Anderlecht: rechterflankspeler Andy Najar is out voor cruciale periode
  8. Na haar triomf in Doha stond Elise Mertens in Dubai alweer drie uur op de baan maar bleek Chinese kwalificatiespeelster te sterk
  9. Medaillewinnaars Tokio 2020 krijgen stukje gerecycleerde elektronica om hun nek
  10. Cercle Brugge weigert strafvoorstel voor Irvin Cardona
  11. Beerschot Wilrijk dreigt Alex Maes te missen in eindstrijd Proximus League
  12. Oliver Naesen: “Heel tevreden met zevende plaats in Oman”
  13. Dertien Belgen geselecteerd voor WK baanwielrennen in Pruszków
  14. Quentin Serron wint Leaders Cup in Parijs
  15. Britse pionier in het veldrijden rijdt zondag in Oostmalle haar laatste cross
  16. Ster van de Coaches: Matt Mobley doet haasje over met Paris Lee, Ismael Bako beste Belg
  17. Brussels trekt als verrassende leider interland break in
  18. Toch geen Colombiaanse mecenas voor Sky? Brailsford noemt Colombiaanse sponsor ‘zeer onwaarschijnlijk’
  19. F1-testdagen Barcelona - Renstal Williams test pas ten vroegste woensdag nieuwe bolide
  20. Hanne en Stijn Desmet geselecteerd voor WK shorttrack in Sofia