Elk dorp dat zichzelf een beetje respecteert in de regio Occitanie heeft zijn eigen “vide grenier”. De rommelmarkt dus. Als je wil kan je elke zondag in de zomer naar een andere. Daarom hebben wij er een punt van gemaakt om ons elk jaar te beperken tot een paar grote in onze omgeving in de Aveyron: in ons eigen Coupiac uiteraard, in Trébas, in Ambialet en in buurdorpje Plaisance omdat het er zo sympathiek is. En héél soms kan je daar een koopje doen dat even gunstig als interessant is.

Op zo’n “vide grenier” hoor je vooral veel andere talen dan Frans. Het fenomeen blijkt een gebeuren dat toch wel heel aantrekkelijk is voor toeristen uit België, Nederland, Engeland, Duitsland, enz. Het heeft dan ook wel iets, moet ik toegeven. Je kuiert van standje naar standje, terwijl je één speurend oog over de koopwaar laat gaan. Het andere oog houdt ondertussen de onmiddellijke omgeving in de gaten, om te zien wie er voorbij komt. Zo’n “vide grenier” is immers ook een echte ontmoetingsplaats en om de haverklap zie je dus bekenden en moet er een praatje gemaakt wordt.  Na “la bize” natuurlijk. Echt gezellig, dat is zeker, vooral als je dan na alles gezien te hebben een plaatsje zoekt op het gelegenheidsterras voor een bordje frietjes met een worstje en een glaasje rosé er bij.

Ik weet het, de kwaliteit is niet echt goed, maar toch doe je het. Al is het maar om de plaatselijke organisatie  te steunen. Op die manier gebeurt er iets in al die anders zo stille dorpen in de Zuid-Aveyron. Die frietjes zijn eigenlijk die naam meestal niet waardig, je eet uit een plastieken bordje met plastieken bestek, maar het speelt zich af onder een tent in zuiderse temperaturen en in een uitermate gezellige Zuid-Franse sfeer.

Rommel?

Sommige mensen werpen op dat er op zo’n “vide grenier” alleen maar rommel te vinden is.  En ja, er ligt inderdaad nogal wat “koopwaar” die je alleen als rommel kan omschrijven. Het komt er echter op aan om net dat ultieme koopje te kunnen doen aan een goeie prijs, waardoor je naar huis gaat met het gevoel dat je een gewelige zaak gedaan hebt. En soms lukt dat wel eens.

Voorwaarde nummer één: vroeg naar de “vide grenier” gaan. Ga je pas na de middag, dan zijn alle mooie dingen al weg, zei de lokale verpleegster, Muriel, mij onlangs. De standhouders beginnen al voor dag en dauw hun waar uit te stallen en de eerste bezoekers zijn al rond acht uur ’s morgens op post. Zelf gaan we niet zo heel vroeg, want in onze chambres d’hôtes moeten we eerst voor een ontbijt voor onze gasten zorgen, vooraleer we weg kunnen gaan. Maar ik constateer die vroege vogels wanneer er de jaarlijkse rommelmarkt is in Coupiac. Elke dag haal ik vers brood voor het ontbijt bij onze plaatselijke bakker en die zondag is dat echt een helse opdracht. Je moet tussen de kraampjes laveren, opletten dat je daarbij hun koopwaar niet onder je wielen verplettert of een standhouder op je motorkap schept.

Maar goed, wij proberen toch altijd nog na het ontbijt van de gasten naar de “vide grenier” te gaan.

Toeristen?

Tweede voorwaarde: zorg dat je er niet als een toerist uit ziet! Wij wonen hier nu tien jaar, en ik denk dat we mogen zeggen dat we heel goed geïntegreerd zijn. We zijn lid van enkele plaatselijke verenigingen, kennen een groot aantal mensen in het dorp en worden door iedereen heel vriendelijk bejegend. En toch, stel je op zo’n vide grenier vaak vast dat je aanzien wordt als toerist. Of ze hebben gehoord dat wij onder elkaar een andere taal spreken, of ze gaan voort op het uiterlijk. Vooral de kledij verraadt ons, denk ik. Dat is op zich niet erg, ware het niet dat dit ook gevolgen heeft. Vraag je als “veronderstelde toerist” de prijs van iets, dan gaat die prijs plots wel heel snel omhoog. Zo waren wij vorige week geïnteresseerd in een doos speelgoeddiertjes van Duplo, voor onze kleinkinderen. Dit kost vermoedelijk zo’n 20 Euro nieuw in de winkel. Toen ik er naar vroeg, zei de dame van het standje dat het 15  Euro moest kosten. Ik weet heel zeker dat ze het anders voor 5 Euro zou gelaten hebben, had ze niet gedacht dat wij toeristen waren.

 Maar toch. Soms, heel soms, kan je daar dan net dat koopje vinden waar je op zat te wachten. Of nee, soms is dat ook een onverwacht koopje. Zo kochten wij op de “vide grenier” in Trébas een kerstboom! De thermometer gaf meer dan 33 graden aan, het was augustus en hoog zomer, maar wij vielen voor een kerstboom. Het is een prachtig exemplaar van twee meter en tien centimeter hoog, met maar liefst achthonderd en drie takken! Een grote goed gevulde kerstboom dus. Nu was het al zo toen we in België woonden, dat ik er helemaal niet van hield om de jaarlijkse echte kerstboom in onze auto te vervoeren. Noch minder vond ik het leuk om die achteraf weg te brengen naar het containerpark. De hele auto zit onder de naalden en dat krijg je zo moeilijk weg met een stofzuiger.

Koopje!

Dus ja, die kerstboom in kunststof kwam op onze weg en we konden hem écht niet laten staan. Twintig Euro moest die kosten en we kregen er  nog een touw bij met drie kerstmannen om langs de gevel te hangen. Wat een koopje!

Alleen, wie koopt er nu een kerstboom in Zuid-Frankrijk als het snikheet is? Hoe grappig het wel was, merkten we toen we ons een weg baanden door het publiek van de “vide grenier” om terug naar de auto te gaan. De meeste mensen konden een glimlach niet onderdrukken en velen gaven ons  een grappige opmerking. “Oh, jullie zijn er vroeg bij dit jaar,” of  “Is dat nu weeral bijna Kerstmis?” Ondertussen sleurden wij verder met die loodzware doos. De voet van dat ding is gemaakt van ijzer en ook de uitplooibare takjes zijn in metaal. Dat ding weegt dus. Traditioneel ben je op zo’n “vide grenier” verplicht om héél ver van het dorpscentrum te parkeren, want het staat er vol met auto’s van standhouders en bezoekers. Zwetend en met een verhitte kop vervolgden we onze weg met onze kerstboom, en dan was het ook nog eens flink bergop. Spontaan moest ik denken aan Jezus en zijn kruis. Er was helaas geen Simon van Cyrene om te helpen dragen. Onze kerstboom is dan wel een meer heidens symbool, en Jezus zal het wel veel zwaarder gehad hebben met dat enorme kruis, maar het gaat mij om de gedachte, natuurlijk.

We zijn er uiteindelijk mee thuis geraakt. Ik weet zeker dat ik straks in de kerstperiode terug zal denken aan dit grappige situatie, maar vooral ook aan het fantastische koopje dat we daar deden! (Chris Verbeke)