De Australische actrice en Oscarwinnares Cate Blanchett bezocht, als ambassadrice voor het vluchtelingenprogramma van de Verenigde Naties, een aantal vluchtelingenkampen van de Rohingya. ‘Ik vergeet de getuigenissen nooit meer’, zei Blanchett.

Blanchett getuigde over haar bezoek aan de kampen tijdens een vergadering van de VN-Veiligheidsraad. ‘Ik hoorde getuigenissen over vrouwen die verkracht werden, over folteringen, over mensen die vermoord werden voor de ogen van hun geliefden.’ Ze kon zichzelf niet losmaken van de mensen die ze ontmoette. ‘Ik ben een moeder, en ik zag mijn eigen kinderen in de ogen van alle kinderen op de vlucht. Ik zag mezelf in de moeders. Hoe kan een moeder verder als haar kind in het vuur wordt gegooid?’ vraagt ze zich af.

Blanchett prijst de regering van Bangladesh, die in een aantal maanden tijd 700.000 vluchtelingen opving. ‘Dat is een van de meest significante gebaren van menselijkheid in onze tijd.’ Maar het is volgens de actrice niet genoeg. ‘Er is meer internationale steun nodig’, vindt de actrice.

Crisis

Een jaar geleden vluchtten ongeveer 700.000 Rohingya weg uit Myanmar. In het eindrapport van de Verenigde Naties zeggen onderzoekers dat de ­vernietigings- en verkrachtingscampagne uit 2017 een poging tot volkerenmoord op de Rohingya was.

Ze willen dat stafchef Min Aung Hlaing en vijf andere topgeneraals zich voor die ‘genocidaire bedoelingen’ verantwoorden bij het Internationale Strafhof in Den Haag of bij een speciaal tribunaal van de VN-Veiligheidsraad.

De Rohingya zijn een moslimminderheid in het boeddhistische Myanmar. Ze wonen in de door bergen geïsoleerde kustprovincie Rakhine. In 1982 nam de militaire junta hun het staatsburgerschap af. Vandaag hebben de Rohingya in hun thuisland geen stemrecht of bewegingsvrijheid.