‘Vlot bereikbare’ bedrijven vind je niet aan stations
Foto: Dieter Telemans
Bedrijven trekken weg uit stadscentra en liggen steeds verder van stations. Daardoor zwellen de files nog aan. ‘Stop met bedrijfswagens te stimuleren.’

Wanneer in Vlaanderen een nieuw bedrijfsgebouw wordt ingeplant, ligt dat in vogelvlucht gemiddeld ruim vier kilometer van het dichtstbijzijnde treinstation. Sinds de jaren 60 was die afstand nooit zo groot. In 1964 bedroeg hij amper 2,5 kilometer. Dat blijkt uit een analyse van het Vlaams Departement Omgeving, dat zijn databank met 3,5 miljoen aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen onder de loep nam.

‘We zagen de voorbije decennia een decentralisering’, zegt woordvoerster Brigitte Borgmans. ‘Bedrijven trokken weg uit de centra van steden en gemeenten – dus weg van treinstations – om zich in de rand, langs gewestwegen te vestigen.’

Volgens het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) is dat een gevolg van de files. ‘Die blijven toenemen’, zegt ceo Pieter Timmermans. ‘Vooral in de stadscentra is het drukke verkeer een probleem. Dus vestigen bedrijven zich op de steeds schaarsere locaties die nog vlot bereikbaar zijn.’
Maar waarom blijven de files groeien? ‘Omdat te veel werknemers met de auto pendelen’, zegt Erik Grietens, deskundige ruimtelijke ordening bij de Bond Beter Leefmilieu. ‘En dat doen ze omdat het fiscale beleid in België het uitdelen van bedrijfsauto’s stimuleert. Dat is de kern van het probleem. Wanneer een bedrijf zijn loonkosten kan drukken door het personeel auto’s te geven, is het niet verwonderlijk dat die bedrijven ook graag met de auto bereikbaar zijn – en dat zijn ze vooral op locaties ver van stadscentra én van stations.’

Het is een vicieuze cirkel, want hoe verder een bedrijf van een station wegtrekt, hoe minder zijn werknemers uit de file kunnen blijven. Uit gegevens van de federale overheid (2014) bleek dat wanneer de afstand tussen een werkplek en een station minder dan een kilometer bedraagt, gemiddeld 8 procent van de werknemers de trein neemt. Loopt die afstand op tot 4 of 5 kilometer, dan daalt het aantal werknemers dat de trein gebruikt naar 0,7 procent. Het aantal pendelaars met de auto stijgt tezelfdertijd van 63 naar 75 procent.
Het voornaamste middel om de evolutie te keren, is volgens Grietens dan ook een hervorming van de fiscaliteit, met voordelen voor het openbaar vervoer of (elektrische) fietsen. Het VBO vraagt een snelle introductie van het mobiliteitsbudget, waarmee werknemers hun wagen kunnen omruilen voor alternatieve vervoersmiddelen.

Kentering?

Unizo steunt die vraag, ‘maar je zal niemand uit zijn auto krijgen als de alternatieven niet voldoen’, zegt Danny Van Assche. ‘De voorbije decennia zijn veel kleine treinstations verdwenen. De kwaliteit van het openbaar vervoer kan nog heel wat beter.’ Dat vindt ook het VBO: ‘Moeten bedrijven weer naar de centra trekken of moet het openbaar vervoer naar de bedrijven komen?’ vraagt Pieter Timmermans retorisch.

Maar misschien is de verandering al ingezet. In maart toonde een rapport van vastgoedbedrijf Group Hugo Ceusters SCMS aan dat in alle Vlaamse stationsbuurten samen momenteel zo’n 100.000 vierkante meter aan nieuwe kantooroppervlakte op stapel staat (DS 1 maart).