'We ergeren ons vooral wanneer onze buurman lawaai maakt, of zijn haag niet snoeit’
Foto: rr

Uit cijfers blijkt dat Nederlanders steeds vaker overlast ervaren van hun buren of andere mensen, en daarvoor bemiddeling inschakelen. In Vlaanderen ontbreken statistieken, maar burenbemiddelaars ervaren dezelfde tendens.

Kwamen in 2016 in Nederland nog 13.000 meldingen van burenruzies binnen bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, dan waren er dat vorig jaar al 15.000. Een stijging van meer dan 15 procent in een jaar tijd. Dat blijkt uit cijfers die dinsdag werden gepresenteerd.

‘Het is al een tijdje zo dat de lontjes korter worden’, zegt een woordvoerster van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid dinsdag aan persbureau ANP, het centrum dat onder meer de bemiddeling bij burenruzies coördineert. ‘Mensen leven in hun eigen bubbel en vinden dat alles moet kunnen, maar hebben wel steeds meer last van anderen.’

En in Vlaanderen?
‘In Vlaanderen wordt bemiddeling bij burenruzies nog niet zo overkoepelend aangepakt als in Nederland, onze noorderburen zijn daarin een echte koploper, zegt Robert Delathouwer, provinciaal coördinator burenbemiddeling bij de provincie Vlaams-Brabant. 'Hier zijn er veel meer versnipperde initiatieven, verspreid over de vele gemeenten en provincies. Bovendien bieden nog lang niet alle Vlaamse gemeentes burenbemiddeling aan, terwijl dat in Nederland al wel overal kan.'

‘Toch blijkt uit de eerste cijfers die er zijn, dat ook in Vlaanderen de vraag naar burenbemiddeling toeneemt. In 2016, vooralsnog het enige jaar waarover cijfers zijn verzameld, is in totaal in honderd Vlaamse gemeentes zo’n 2.000 keer beroep gedaan op burenbemiddeling’, zegt Delathouwer. En volgens hem stijgt die vraag ‘jaar na jaar’.

Joelende kinderen
Waar loopt het dan fout tussen ons en onze buren? Delathouwer: ‘We vinden het vooral vervelend wanneer onze buren lawaai maken. Dat kan gaan van joelende kinderen en een feestje, tot het gezoem van een zwembadpomp. Verder vinden we het blijkbaar ook heel vervelend wanneer een buurman zijn tuin niet onderhoudt of zijn haag niet snoeit. Ten slotte kunnen we het ook niet waarderen wanneer buren roddelen.’

Delathouwer denkt echter niet dat de stijgende vraag naar bemiddeling betekent dat de onverdraagzaamheid tussen Vlaamse buren toeneemt. ‘Het concept van burenbemiddeling raakt steeds verder ingeburgerd. Mensen vinden makkelijker de weg naar ons, of raden hun kennissen veel meer dan vroeger aan contact met ons op te nemen. Dat is goed, want hoe eerder er bij een conflict bemiddeld wordt, hoe makkelijker het is nog tot een oplossing te komen. Worden we te laat ingeschakeld, dan is er vaak geen bemiddelen meer aan.’