KMI bestempelt droogte als uitzonderlijk
Foto: Photo News

Het KMI bestempelt de droogte in de lente en de zomer van 2018 in Vlaanderen als uitzonderlijk. Een gelijkaardige droogte komt maar eens in de twintig jaar voor. De kans dat de droogte erkend wordt als landbouwramp stijgt daardoor.

De uitzonderlijke droogte heeft zich tussen 2 juni en 6 augustus voorgedaan in alle 308 Vlaamse gemeenten, blijkt uit een analyse van het KMI. Zo viel er in juni maar 22 procent van de normale hoeveelheid neerslag en in juli zelfs maar 13 procent. De kaarten met de neerslaghoeveelheden tonen volgens het KMI aan dat er in juni en juli 'een groot, gegeneraliseerd neerslagtekort was'.

De 'terugkeerperiode', zeg maar de frequentie, van zo'n droogte is eens om de twintig jaar. 'De uitgevoerde analyse toont aan dat in alle gemeenten van het Vlaamse Gewest de terugkeerperiode van twintig jaar bereikt of overtroffen werd', staat te lezen in het rapport.

Erkenning als landbouwramp

Nu het KMI de droogte uitzonderlijk noemt, is één van de voorwaarden voor de erkenning als landbouwramp vervuld. Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege (CD&V) had die procedure opgestart.

Naast de beoordeling van het KMI moet er ook een financiële voorwaarde vervuld worden. Die voorwaarde bepaalt dat er voor minstens 1,24 miljoen euro totale schade moet zijn en gemiddeld voor 5.580 euro per dossier. Die beoordeling kan pas gemaakt worden nadat de gemeentelijke schadevaststellingscommissies klaar zijn met de inventarisatie van de schade op hun grondgebied. Dat zal volgens het kabinet-Schauvliege wellicht binnen een aantal weken zijn.

Tal van landbouwers hebben trouwens niet op de hoogstwaarschijnlijke erkenning als landbouwramp gewacht en hebben hun gemeente alvast gevraagd om de schade door de droogte vast te stellen. Alleen al in Limburg waren er midden augustus tweeduizend schademeldingen door de droogte. De totale schade voor de landbouw zou daar in de honderden miljoenen lopen.

Open VLD staat achter de landbouwers

Open VLD springt alvast in de bres voor de landbouwers. Zo vragen Europees Parlementslid Hilde Vautmans en Vlaams Parlementslid Herman De Croo dat de landbouwers zo snel mogelijk worden geholpen. Ze willen dat de vaststellingen van geleden schade op een moderne manier gebeuren en dat de schadevergoedingen sneller uitbetaald worden.

Landbouwer (en liberaal provincieraadslid) Piet Vandermeersch geeft enkele voorbeelden: 'De bieten moeten tot een kilo zwaar zijn, nu wegen ze amper 300 gram. De maïs draagt amper kolven en de kolven die er zijn hebben geen voedingswaarde. Bij de prinsessenbonen is het amper beter. Alle bloemen zijn verbrand. Maar het ergste zijn de aardappelen. Die zijn opnieuw beginnen schieten waardoor ze glazig worden.'