Tobback wou politieversterking, maar kreeg ‘hoop belachelijke vragen’
Foto: Kristof Vadino

De Leuvense burgemeester Louis Tobback is niet te spreken over de vragenlijsten van de noodcentrale.

‘Nu weet ook ik hoe slecht het noodnummer 101 werkt.’ De Leuvense burgemeester Louis Tobback (SP.A) is niet te spreken over de manier van werken van de noodcentrale. Hij wilde politieversterking vragen bij een woelige voetbalwedstrijd, maar kreeg in plaats daarvan ‘een waslijst vragen’.

De ervaring van Tobback met de noodcentrale deed zich een paar weekends geleden voor, tijdens de woelige voetbalwedstrijd Wijgmaal-Lyra. Tobback, die zelf nog minister van Binnenlandse Zaken is geweest, belde naar het algemene 112-nummer. ‘Daar begonnen ze een riedeltje vragen af te vuren. Want ze moest eerst haar fiche invullen, zei de telefoniste. Bijvoorbeeld waar het incident was. De Ymeria-sportvelden in Wijgmaal, zei ik. De politie weet dat zijn. Maar nee, ze móést een exact adres hebben. En dat ging maar door, om na verschillende minuten te concluderen dat ik de 101-centrale moest bellen.’

Toen daar ‘dezelfde cinema’ opgevoerd werd, begon Tobback zijn geduld te verliezen. ‘Alwéér die fiche. Ik ben lang kalm gebleven, tot de vraag: kent u de namen van de supporters? Komaan zeg. Wat als ik ’s nachts bij mijn buren inbrekers zie, en ik eerst zo’n lange vragenlijst moet beantwoorden voor ze de politie sturen? Hoe kan die dan ooit op tijd komen?’

De directie Civiele Veiligheid van Binnenlandse Zaken bevestigt dat wie eerst naar 112 belt om nadien naar de 101 te worden doorverbonden, ‘een aantal dezelfde vragen moet beantwoorden’. ‘Dat gebeurt om te vermijden dat we gegevens van bellers kwijtraken als de verbinding wordt verbroken.’

Werknemers van de noodcentrale beamen dat ze werken met ‘strenge vragenprotocollen’, maar begrijpen ook dat hun collega niet meteen politie liet uitrukken. ‘Het is zaterdagavond. Plots heb je iemand aan de lijn die zegt dat hij Louis Tobback heet. Het zou niet de eerste keer zijn dat een grapjas belt.’

Het personeel beklemtoont dat na de wat-, wie- en waar-vraag vaak al een ploeg wordt uitgestuurd. ‘De vragen die we daarna stellen, dienen om de agenten of ambulanciers die onderweg zijn, beter te informeren.’