Kansarme kinderen veel vaker in het ziekenhuis
Themabeeld Foto: istock
Jonge kinderen uit zwakke sociaal-economische gezinnen worden tot 36 procent keer vaker gehospitaliseerd. ‘Artsen nemen het zekere voor het onzekere.’

De Onafhankelijk Ziekenfondsen (OZ) analyseerden de hospitalisaties van kinderen tussen 2013 en 2016. Uit hun ­cijfers blijkt dat jongere kinderen die recht hebben op een Verhoogde Tegemoetkoming (VT) tot 36% keer meer worden opgenomen in het ziekenhuis. Het gaat om kinderen met het ‘sociale’ VT-statuut, uit sociaal-economisch kwetsbare gezinnen dus. Bovendien verblijven die kinderen gemiddeld ook langer in het ziekenhuis per opname. Naarmate ze ­tieners worden verkleint het ­effect. 

Zowel de Socialistische als Christelijke Mutualiteit bevestigt dat de cijfers bij hen in ­dezelfde lijn liggen. De CM verwijst naar een eigen studie met gegevens uit 2012, waaruit bleek dat een kind of jongere tot 15 jaar uit de laagste sociale klasse 29% meer kans had om opgenomen te worden in een dienst pediatrie of neonatologie dan een kind of jongere uit de ­hogere sociale klasse. 

Ann Ceuppens, hoofd van de studiedienst van de Onafhanke­lijke Ziekenfondsen, bevestigt het opmerkelijke verschil. ‘We vermoeden dat, behalve het feit dat deze groep op medisch vlak kwetsbaarder is, de artsen kinderen uit voorzorg sneller hospitaliseren als ze merken dat de ouders de aanbevelingen niet volledig begrepen hebben.’

Het zekere voor het onzekere
Dat beaamt Sabine Van daele, diensthoofd kindergeneeskunde in het UZ Gent. Volgens haar proberen artsen in te schatten hoe goed de omgeving van het kind ondersteuning biedt. Soms kiezen ze ervoor het kind op te nemen omdat ze dan zeker zijn dat het de nodige zorgen krijgt. ‘Als een kind bijvoorbeeld binnen wordt gebracht door een oudere broer of een grootmoeder, waardoor we vaak de voorgeschiedenis en context missen, verkiezen we het ­zekere boven het onzekere en ­nemen we het kind in observatie.’ 

Als artsen instructies geven om thuis op te volgen, hebben ze soms het gevoel dat ouders de boodschap niet helemaal hebben begrepen, zegt Van daele. Dat gebeurt bijvoorbeeld als ouders niet goed Nederlands kunnen. ‘Op dat moment primeert de veiligheid van het kind.’ 

Volgens gezondheidseconoom Lieven Annemans (UGent) ligt de belangrijkste verklaring bij het feit dat mensen met een zwakke sociaal-economische status gemiddeld sowieso een minder goed ­gezondheidsgedrag vertonen. ‘De ouders zullen gemiddeld meer roken, minder bewegen en ongezonder eten. Dat heeft een rechtstreeks effect op de kinderen. Maar de oplossing is niet om hen met de vinger te wijzen.’ 

Blootstelling aan tabak
Wat wel zou helpen, is meer preventie. Zo stellen de OZ dat ­ouders herinnerd moeten worden aan het feit dat  blootstelling aan ­tabak het risico op aandoeningen van de luchtwegen vergroot. Ze wijzen erop dat uit literatuur blijkt dat ademhalings- en infectieziekten  de voornaamste oorzaak zijn van een ziekenhuis­opname zonder operatie bij kinderen.

Ook Annemans sluit zich aan bij de oproep tot meer preventie: ‘Voor de mensen die het moeilijk hebben moet men extra-propor­tioneel inspanningen doen. In een ideale wereld is de beste oplossing natuurlijk dat niemand sociaal-economisch kwetsbaar is, maar ondertussen is de oplossing: extra  bewustmaking.’