Vlaamse bruggen minder vaak gecontroleerd
Foto: mgb

Daar waar de meeste bruggen en viaducten in Vlaanderen vroeger om de drie jaar werden geïnspecteerd, is het nu vaak tot vijf jaar wachten op een inspectie. Wegen en Verkeer verdedigt de afname van het aantal controles.

SP.A-fractieleider Joris Vandenbroucke heeft bij minister Weyts opgevraagd hoe vaak de 207 bruggen en viaducten in Oost-Vlaanderen worden gecontroleerd door het Agentschap Wegen en Verkeer. Dat de frequentie van de controles afneemt, noemt Vandenbroucke een ‘zorgwekkende evolutie’.

Waar vroeger ruim twee derde van de bruggen binnen de drie jaar werd geïnspecteerd, lukt dat tegenwoordig nog bij amper de helft. Ruim een brug op de vijf wacht vandaag al meer dan vier jaar op een inspectiebeurt, terwijl dit vroeger zeer uitzonderlijk was. Zeven bruggen zijn al meer dan vijf jaar niet geïnspecteerd.

‘Deze evolutie baart mij zorgen’, zegt Vandenbroucke. ‘Terwijl de bruggen ouder worden en steeds zwaarder belast worden door drukker verkeer, schroeft Wegen en Verkeer het aantal inspecties terug. Hierdoor dreigen mankementen langer onopgemerkt te blijven. Deze aanpak verhoogt het risico op problemen in plaats van ze te vermijden.’

‘Geen noodzaak’

Bij het Agentschap Wegen en Verkeer, verantwoordelijk voor zo’n 2.800 bruggen in Vlaanderen, erkent men dat het inspectieritme sinds begin 2017 is versoepeld naar een inspectie ‘om de drie tot vijf jaar’, terwijl het vroeger ging om een inspectie om de drie jaar.

‘Die versoepeling is er gekomen omdat er voor bepaalde bruggen gewoon geen noodzaak is om strak om de drie jaar te controleren’, legt woordvoerster Veva Daniëls uit. Zo heeft het bijvoorbeeld weinig zin om voor splinternieuwe bruggen strikt om de drie jaar te controleren.

‘Het viaduct in Kiewit (Hasselt) bijvoorbeeld is vorig jaar volledig vernieuwd. Dat is eigenlijk een volledig nieuwe brug. Het heeft niet veel nut om die aan een strak inspectieritme van drie jaar te houden’, aldus Daniëls.