Berging kernafval kost niet 3,2 maar 10 miljard euro
Een opslagruimte voor kernafval bij Belgoprocess. Foto: Photo News

De ondergrondse berging van het gevaarlijkste nucleaire afval zal geen 3,2 miljard euro kosten, zoals tot nu gedacht, maar allicht 8 tot 10 miljard. Dat blijkt uit ramingen van Niras.

Officieel zijn de ramingen nog niet. De raad van bestuur van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen (Niras) moet er zich nog over uitspreken, maar bevoegde bronnen bevestigen de cijfers, die Le Soir publiceerde.

De kostprijs voor de berging van het meest radioactieve afval, het zogenaamde B- en C-kernafval – met onder andere uitgewerkte uraniumstaven en delen van afgebroken nucleaire installaties – zou wel eens drie keer zo hoog kunnen uitvallen als aanvankelijk gedacht.

Minimaal 400 meter diep

De oorzaak ligt bij de moeilijke discussie over de ondergrondse opslag van het kernafval. Daar is jaren onderzoek naar gevoerd, met als conclusie dat een kleilaag op een diepte van 200 meter een mogelijke oplossing zou bieden. Dat idee is stilaan losgelaten, al was het maar omdat 200 meter niet echt diep is voor de berging van dergelijk gevaarlijk afval. Andere landen denken aan bergen op minimaal 400 meter, het dubbele. Zwitserland onderzoekt zelfs berging op 950 meter diepte.

De Niras is daarom opnieuw aan het denken – en het rekenen – gegaan en geeft nu een financiële raming voor berging op 400 meter diepte. Dat drijft de factuur uiteraard op. Het oorspronkelijke plan, op 200 meter diepte, zou 3,2 miljard euro kosten. Dat was wat optimistisch gerekend, erkent de Niras nu. De nieuwe schatting gaat uit van een kostprijs van 8 miljard euro in het beste geval. Een meer realistisch scenario gaat uit van 10 miljard euro.

Dat zijn duizelingwekkende bedragen, die bovendien opgehoest moeten worden door de uitbaters van de Belgische kerncentrales, op de eerste plaats Electrabel. Vandaag zit er in de spaarpot die het bedrijf moet aanleggen voor de sluiting van de kerncentrales al meer dan 10 miljard, maar het gaat dan niet alleen om provisies voor de ondergrondse berging van kernafval, maar ook om fondsen die nodig zijn om de afbraak van de kerncentrales zelf te financieren.

De Niras schatte de totale kostprijs voor die ontmanteling begin dit jaar op 15,1 miljard euro. Maar daarbij is nog geen rekening gehouden met de exploderende kostprijs voor ondergrondse berging. Logischerwijs zou Electrabel extra in de zakken moet tasten om de spaarpot voor de ontmanteling op peil te houden. De Commissie voor Nucleaire Voorzieningen beslist daar om de drie jaar over.

Geld gehaald uit Synatom

Die spaarpot staat nu al ter discussie. Het geld wordt beheerd door Electrabel-dochter Synatom, dat het voor driekwart mag uitlenen aan Electrabel zelf, met de belofte dat het altijd beschikbaar moet zijn voor de afbraak van de kerncentrales en de berging en het beheer van het kernafval.

Maar er zijn twijfels ontstaan over de garantie dat Electrabel het geld terugbetaalt. Engie, de Franse moederholding van Electrabel, heeft vorig jaar 1,6 miljard aan dividenden uit zijn Belgische dochter gehaald. Als Engie die politiek voortzet, kan dat een hypotheek leggen op de nucleaire spaarpot. De Belgische regering wil van Engie een garantie dat het bedrijf bijspringt als dochter Elec­trabel in financiële moeilijkheden zou komen.