Bij een nieuwe overrompeling van Afrikaanse migranten zijn minstens 115 mensen vanop Marokkaans grondgebied in de Spaanse exclave Ceuta geraakt.

Woensdagmorgen slaagden de migranten er met geweld in over de zes meter hoge dubbele grensmuur te klauteren, zei een woordvoerder van de overheidsinstantie in Ceuta. In een poging de migranten af te weren liepen zeven politieagenten verwondingen op. Een van was er erger aan toe en moest voor behandeling naar het ziekenhuis.

De vluchtelingen bestookten de agenten onder andere met ongebluste kalk, die bij contact met de huid gevaarlijke brandwonden veroorzaakt. ‘In totaal hebben 300 migranten geprobeerd over de grensafsluiting te geraken’, tweette de Spaanse Guardia Civil.

Volgens El País probeerden de migranten met kniptangen een gedeelte van de omheiningen door te snijden. ‘Een aantal van hen klauterde over de omheining en anderen gingen erdoor’, zo citeert de Spaanse krant een politieagent. Ze gedroegen zich ‘gewelddadig en agressief’. Vijf van hen liepen snijwonden op.

Geïmproviseerde vlammenwerpers

Eind juli slaagden meer dan 600 migranten erin om op dezelfde plaats aan het grenshek Ceuta binnen te komen. Toen moesten vier leden van de Guardia Civil behandeld worden, nadat migranten eveneens ongebluste kalk en geïmproviseerde vlammenwerpers hadden gebruikt. Het ging toen om de grootste bestorming in jaren.

Spanje bezit in Noord-Afrika twee enclaves, die door Marokko worden geclaimd: Ceuta aan de Straat van Gibraltar en het 250 kilometer oostelijker gelegen Melilla. In de omgeving van beide gebieden wachten tienduizenden Afrikanen op een gelegenheid om in Europa te geraken.