Antarctica ademt CO2 uit
Foto: Nicholas Golledge
In de winter ademt de oceaan rond Antarctica een deel van het opgenomen broeikasgas weer uit. 'Als dit klopt, moeten we de rol van die oceaan in het klimaat herdenken', zegt hoofdonderzoeker Alison Gray.

Gelukkig voor ons bestaat deze planeet voor het grootste deel uit oceaan. Die slorpt immers een flink deel op van het CO2 dat wij zo zorgeloos uitstoten via onze auto’s, elektriciteitscentrales en fabrieken. Maar, rapporteren onderzoekers in Geophysical Research Letters: in de winter ademt de oceaan rond Antarctica een deel van het opgenomen broeikasgas weer uit.

Dat we dat niet eerder wisten, komt omdat het in de winter rond de Zuidpool nogal spookt. Het is al lastig genoeg om er in de paar zomermaanden waarnemingen te doen. Daarom ontwierpen de onderzoekers van een hele reeks oceanografische instituten drijvende en duikende robotboeien, waarvan er onderhand meer dan honderd omheen het zuidelijke continent zwerven (het is nu volop winter in Antarctica). Ze drijven negen dagen, en duiken dan naar 1 of 2 kilometer diepte, enzovoort. Uit hun metingen van de jongste vier jaar blijkt dat het water aan de rand van het drijfijs ’s winters CO2 loslaat.

‘Een grote verrassing’, zegt hoofdauteur Alison Gray in een persmededeling. ‘Eerder onderzoek vertelde net dat de Zuidelijke Oceaan een hoop koolstofdioxide opneemt. Als dit klopt, moeten we de rol van die oceaan in het klimaat herdenken.’

Rond Antarctica welt water op vanuit de diepte dat eeuwen beneden is geweest. Een betere kennis van die waterstromen zou ons inzicht in de klimaatmachine stukken helderder maken. 

‘De eerder gemeten opname en de nu ontdekte uitstoot houden elkaar ongeveer in evenwicht’, voegt haar collega Jorge Sarmiento (Universiteit Princeton) toe. ‘Er ligt dus ergens anders nog een onbekende opname op ontdekking te wachten.’

De eerdere gegevens kwamen van de zeldzame schepen die de beruchte Drake Doorgang passeerden, de plaats met de gruwelijkste stormen ter wereld, gemiddeld vier dagen per storm, gemiddeld zeven dagen later alweer een. En in de winter ook nog eens in complete duisternis. De automatische boeien verzamelden in vier jaar meer gegevens dan in de tweehonderd jaar voordien.