‘Ik wil ervaren hoe menselijk zo’n verpleegtehuis is’
Foto: Patrice Normand
De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg gaat twee weken wonen en mee zorgen in een Gents verpleegtehuis. In De Standaard zal hij daarover een dagboek bijhouden. ‘Ik wil aan den lijve ondervinden hoe het is om daar te werken en patiënt te zijn.’

‘Hoe leven anderen?’ Die vraag probeert de Nederlandse schrijver Arnon Grunberg al jaren te beantwoorden door een tijdje ‘mee te lopen’ in voor hem onbekende werelden: slachthuizen, achter de schermen in een hotel, in het leger, in de psychiatrie. Deze en volgende week betrekt hij een kamer in het OCMW-verpleegtehuis Zuiderlicht in Gent, waar zowel ouderen als jongere mensen met dementie verblijven. Zijn ervaringen schrijft hij neer in De Standaard, in elf afleveringen.

Gaat u er wonen of werken? 

‘Ik doe vooral mee aan de kant van de verzorging. Elke dag loop ik met een bepaalde functie mee: de fysiotherapeut, de verpleegkundige, de geriater, enzovoort. In 2013 was ik in Zoersel in een psychiatrische inrichting en daar was ik echt onder de patiënten. Maar hier leek het beter om zo veel mogelijk vanuit het perspectief van de verpleegkundige of arts de bewoners te leren kennen.’

Wat denkt u concreet te kunnen doen? 

‘In mijn projecten zijn er vaak dingen die wettelijk niet kunnen, en dat geldt zeker voor medische handelingen. Maar wat ik mag en kan doen, wil ik ook doen. Ik ben er niet als fly on the wall. Als leek kan je allicht iemand helpen die verschoond moet worden, uit bed moet worden gehaald of die in een rolstoel moet worden voortgeduwd.’

Bent u al vaak in verpleegtehuizen geweest? 

‘Ik heb veel ervaring in de zorg: mijn beide ouders lagen lang in ziekenhuizen en ik liep mee in Zoersel en met de suïcidepreventie in Rotterdam. Maar van echte intensieve zorg in verpleegtehuizen ken ik weinig, net de reden waarom ik dit wil doen.’

Welk beeld hebt u van dit soort inrichtingen?

‘Bij een bejaardentehuis is het eerste wat bij me opkomt iets deprimerends. Het is een soort voorstadium van het afscheidnemen, dus niet heel erg opwekkend. Maar ik begin aan projecten met het idee om vooroordelen te corrigeren, als dat nodig is. En ik start ook liefst met zo min mogelijk ideeën en een zo open mogelijke geest.’

Bent u op de hoogte van de problematiek in de zorg? 

‘Ik ben een krantenlezer, dus ik besef heel goed dat de vraag ‘‘hoeveel mag het kosten?’” centraal staat. En dat die geldkwesties vaak ten koste gaan van de kwaliteit. Ben of ken je iemand die in een verpleegtehuis verblijft, dan vind je altijd dat de zorg intensiever moet. Als iemand een uur moet wachten in een vieze luier, om het plat te zeggen, is dat heel lang. Maar aan de andere kant – van diegenen die het geld moeten voorzien – hoor je dat het allemaal duur is, dat meer niet kan. Iedereen heeft maar zoveel tijd voor patiënten. Meer contact wordt vooral door managers als onwenselijk gezien. Terwijl het toch een heel ander gevoel geeft wanneer verpleegkundigen en dokters de tijd nemen om persoonlijk met je te praten, dan wanneer ze snel, zakelijk maar efficiënt hun handelingen verrichten. Ik hoop ook daar een heel helder beeld over te krijgen. Hoe menselijk is zo’n inrichting? Of hoeveel lijkt het op een fabriek?’

Waarom komt u naar een tehuis in Gent?

‘Omdat het in Nederland niet lukte, net zoals in de psychiatrie. Ik had bij meerdere Nederlandse ziekenhuizen bot gevangen, dus deed ik een oproep op mijn website. En toen hebben twee Vlaamse inrichtingen gereageerd. Kennelijk zijn ze in België iets minder bang voor schrijvers (lacht).’ 

Vanaf morgen verschijnt elke dag een aflevering vanuit het Zuiderlicht.