Kendrick Lamar, de koning zonder confetti
Lamar bij de Grammy Awards (januari 2018) Foto: epa

‘Pulitzer Kenny’, stond achter de rug van Kendrick Lamar te lezen op een podiumbrede videowall. De rapper wordt tegenwoordig dermate gerespecteerd dat hij zelfs prijzen pakt die normaal enkel voor klassieke muzikanten zijn weggelegd. Dan kon Pukkelpop even inpakken geen al te grote moeite zijn.

Die getroostte hij zich initieel ook niet: Lamar opende met de Blaxploitation-parodiefilmpjes die ook zijn Sportpaleis-passage van februari doorspekten. Daarin gaat zijn Kung Fu-alter ego op een spirituele queeste naar de mysterieuze kracht van ‘The Glow’ - spoiler: hij vindt die uiteindelijk tussen de benen van een vrouw. Maar alle andere high concept-elementen uit Antwerpen werden op Pukkelpop fel ingedijkt. De filmpjes bleven beperkt, er bengelden geen danseressen van een lint aan het plafond, en Lamar nam niet symbolisch plaats in een kooi van licht. Neen, Pukkelpop kreeg gewoon K.Dot, in een T-shirt van Oasis’ ‘Supersonic’, met de beste bars van het decennium.

Daar leek hij zelfs meer op gefocust dan in Antwerpen: tijdens het intense ‘XXX’ bleef hij stokstijf staan, de enige manier om de agressieve rap te bolwerken. Ook de basiscursus straatfilosofie van ‘Money trees’ (‘Everybody gon’ respect the shooter/ but the one in front of the gun lives forever’) had er deugd van, evenals het tedere ‘Love’. Daarin blijkt dat zelfs als Lamar van elke regel het laatste woord laat vallen het verdorie.nog.altijd.rijmt.

‘All eyez on me’

Het publiek had het iets moeilijker om dat ritme te volgen. De ‘first test’ die Lamar hen oplegde bij ‘Swimming pools’ doorstonden ze met glans, maar bij het complexere refrein van ‘Backseat freestyle’ raakte de massa voor de Main Stage enigszins de draad kwijt. Al duurde dat niet lang: toen King Kendrick met Travis Scotts ‘Goosebumps’ twintig circle pits tegelijk triggerde, kregen ook wij, euh, kippenvel. Doodzonde dat Scott lastminute zijn kat stuurde naar Pukkelpop.

Wel van de partij in Kiewit: Kendrick Lamars liveband. Die werden deze keer niet achter een scherm verstopt - zij bedankten met een vette gitaarriff in ‘DNA’ en lekkere drums bij ‘Backseat freestyle’. Maar de videowall, die Lamar dicht op de huid zat, liet er geen twijfel over bestaan: het was ‘all eyez on me’ voor de opvolger van Tupac Shakur.

‘Only one real n*gga here’

Met een dodelijk kalme, hypergefocuste show bewees Kendrick Lamar dat je geen confetti, geen vuurwerk en geen eindeloos gezanik over hoeveel moshpits je wil zien nodig hebt om iedereen tevreden naar huis te sturen. Gewoon op klasse de boel finessen is al genoeg. Waar andere rappers zich wild springend op de borst zouden slaan in een nummer als ‘Big shot’, hield Lamar zijn bewegingen klein en berekend: wanneer hij ‘only one real n*gga here’ rapte, ging één bescheiden vingertje de lucht in. En eerlijk gezegd: zelfs dat had niet gehoeven.