Jungle: Probeer dit maar te overtreffen, Kendrick
Foto: Koen Bauters
Jungle is een gepolijste soulgroep op plaat, maar live een meedogenloze groovemachine die niemand stil liet staan.

Er hing een sfeer van verwachting in de Castello voor Jungle. Het Londense soulcollectief heeft een uitstekende live-reputatie, en er hangt nog een beetje een air van mysterie rond, al is de tijd voorbij dat de groep in het halfduister optrad, de namen van de leden niet op platenhoezen zette en amper aan social media deed. Bij Jungle staat de muziek op de eerste, tweede en derde plaats: gemillimeterde grooves, zelfgeknutselde klanken (de blazers die ze uit hun keyboards toveren, klinken bijna origineler dan the real thing). En ze zien er ook zo goed uit, in hun lichte monochrome podiumkleren, voor de muur met bewegende discolampjes en hun heel stijlvolle logo en het grootste drum- en percussiestel dat we ooit buiten een studio zagen.

100% Live

Want live zijn er geen usb-sticks te zien. Oprichters Josh Lloyd-Watson en Tom McFarland staan achter hun keyboards te dansen, vaak nog met een gitaar om hun nek, en die blazers tijdens ‘Julia’, die speelde McFarland écht live, we stonden er met onze neus op. De dubbele drums in ‘The heat’ waren niet gedubbeld met een loop pedal. Als dat al had gekund, want er waren een paar behoorlijk complexe ritmes te horen. Jungle heeft smaak: in de nieuwe single ‘Happy man’ voeren de synths de song op kousenvoetjes naar een climax, in ‘Lemonade lake’ was de beat zo te horen opgetrokken uit samples van steeldrums, maar een kippenvel-orgel zorgde ervoor dat het niet verzandde in een carnavalvibe. Overigens zongen Tom en Josh het hele concert in hun gekende falsetten, maar alleen in dit nummer vreesden we dat ze zouden knappen van de inspanning. 

De lat ligt hoog

In de tent stonden oudere discokikkers naast elektrofans naast jonge tieners, allemaal uitgelaten te dansen: Jungle straalde positiviteit uit zonder één preek of zelfs maar een boodschap. ‘Wie gaat er straks naar Kendrick Lamar?’ vroeg Lloyd-Watson. Er volgde een oorverdovend gebrul, dat hij weglachte: ‘Dat is niet genoeg! Wie gaat er straks naar Kendrick Lamar?’ We verwachtten ze eigenlijk alle zeven in de frontstage bij Lamar, zo meteen, als één verenigd front. 

Eén keer lieten ze het tempo zakken, in ‘Drops’, dat intiem begon met gedempte blazers, maar dat was om ons even adem te gunnen voor het slotsalvo van ‘Busy earning’ en ‘Time’. Met het breed lachende publiek dreef een enorme dampwolk de tent uit bij het naar buiten gaan. In het artiestendorp eet Kendrick Lamar beter nog een boterhammetje meer: de lat ligt hoog.