Dit zijn de toppers van Pukkelpop
Foto: Koen Bauters
Welke artiesten bliezen onze reporters van hun sokken? Een overzicht.
1

Oscar & The Wolf

De wolf bijt niet, hij verleidt

Oscar and the Wolf moest de sceptici bewijzen dat ze de grootste podia aankunnen én dat ze hun hits niet beu zijn gehoord. Kolfje naar de hand van Max Colombie, zo bleek.

‘Er is weer een wolf gesignaleerd in Limburg’, begon Luc Jansen en het publiek dat de grap zag aankomen kreunde al een beetje, ‘deze is geil, hij glittert en heet Oscar.’ Kalmaan Lux, oude gabber: het is Colombie maar, aan zijn rubberlaarzen, chaps en jarretelles te zien net terug van een dagtaak in de fetisjwinkel, of de garnaalvisserij.

naar de recensie >
2

Mauro en de Kempenzonen

Sultan Sommers heerst!

Doorgaans zijn wij voorzichtig met het adjectief ‘ongezien’, maar in het geval van dit concert staan we onszelf toch toe om het neer te pennen. Spreek ons gerust tegen, maar een Vlaamse volkszanger op Pukkelpop: dat was - wat ons betreft althans - toch redelijk ongezien.

En er waren nog meer memorabele momenten. (Het houdt hier maar niet op met die grootse adjectieven!)

naar de recensie >
3

Coely

Stijlicoon in wording

‘Only good vibes in the air tonight’ bij Coely. De 24-jarige rapster/zangeres maakte van de Dance Hall haar persoonlijke triomfboog.

Coely Mbueno begint zich steeds meer als stijlicoon op te werpen - naar de classy, oversized blazer waarmee ze het podium beklom zullen ook Oscar & The Wolf en Bazart verlekkerd gekeken hebben. Maar met elk optreden lijkt ze ook de andere aspecten van haar show meer te verfijnen: wat rapte ze scherp, wat zong ze doorleefd, en wat bespeelde ze het publiek feilloos.

naar de recensie >
4

Kendrick Lamar

De koning zonder confetti

‘Pulitzer Kenny’, stond achter de rug van Kendrick Lamar te lezen op een podiumbrede videowall. De rapper wordt tegenwoordig dermate gerespecteerd dat hij zelfs prijzen pakt die normaal enkel voor klassieke muzikanten zijn weggelegd. Dan kon Pukkelpop even inpakken geen al te grote moeite zijn.

Die getroostte hij zich initieel ook niet: Lamar opende met de Blaxploitation-parodiefilmpjes die ook zijn Sportpaleis-passage van februari doorspekten. Daarin gaat zijn Kung Fu-alter ego op een spirituele queeste naar de mysterieuze kracht van ‘The Glow’ - spoiler: hij vindt die uiteindelijk tussen de benen van een vrouw.

naar de recensie >
5

Jungle

Probeer dit maar te overtreffen, Kendrick

Jungle is een gepolijste soulgroep op plaat, maar live een meedogenloze groovemachine die niemand stil liet staan.

Er hing een sfeer van verwachting in de Castello voor Jungle. Het Londense soulcollectief heeft een uitstekende live-reputatie, en er hangt nog een beetje een air van mysterie rond, al is de tijd voorbij dat de groep in het halfduister optrad, de namen van de leden niet op platenhoezen zette en amper aan social media deed.

naar de recensie >
6

Yungblud

Bij elke song een versnelling hoger

Vlak voor Yungblud opkwam, hoorden we naast ons een Limburgse expert ter zake voorspellen dat dit concert vast ‘vals en schlecht’ zou zijn. (We gokken dat deze expert uit het Genkse afkomstig was.) Zijn voorspelling kwam niet uit. Volgende keer wat dieper in je glazen bol kijken, monsieur Soleil.

We waren maar wat blij dat Yungblud de Marquee op zijn kop zette, want veel werd er in de tenten waar wij vandaag passeerden nog niet op en neer gesprongen, laat staan gedanst en gezweet. De portie punk – nou ja, punk light laat ons zeggen – waarop Yungblud trakteerde, werd door publiek met gulzige teugen naar binnen geslokt. Die gretigheid ontging frontman Dominic Harrison niet, dus schakelde hij bij elke song nóg een versnelling hoger. Er zat geen rem op de stuiterfunctie in het lijf van deze jongen.

naar de recensie >
7

Sons of Kemet

God save Shabaka Hutchings

‘John Coltrane heeft zijn zoon gestuurd!’ kirde Kurt Overbergh van de AB verrukt net voor het slapengaan in De Lift. Die zoon kwam in de hoedanigheid van de Londense tenorsaxofonist Shabaka Hutchings, die op zijn beurt zijn Sons of Kemet naar Kiewit had gesommeerd.

Hutchings is zowat de Kamasi Washington van de bloeiende jazzscene aan gene zijde van het Kanaal. Een katalysator die het genre met nieuwe vleugels doet vliegen, maar meer dan die Grote Beer van de jazz is hij ook een vernieuwer. Met zijn door Zuid-Afrika besprenkelde Ancestors dealt hij in spirituele jazz, met 'The Comet Is Coming' schurkt hij langs het kosmische klankenspel van Sun Ra.

naar de recensie >
8

War On Drugs

Langer duurt het langst

Elf songs op anderhalf uur speelde The War On Drugs. De meeste bands brengen er vijftien tot zeventien op die tijd. Wij, die van de generatie Ramones zijn, vinden dat best. Niet elke song hoeft acht minuten te duren.

Maar goed, een kwartiertje na aanvang, Adam Granduciel had dus net de derde song ingezet, stonden we toch weer vol bewondering te luisteren hoe mooi die song, 'An ocean between the waves', zich ontvouwde. Hoe kristalhelder die lagen gitaar en keyboards, twee stuks van elk, te onderscheiden waren. Hoe compleet we weer in de muziek zaten. En hoe die, niet lachen, altijd weer weidse vlakten oproept voor ons geestesoog.

naar de recensie >
9

NERD

Vier voetbalploegen op het podium

What’s the coolest part of Europe?’, wou Pharrell Williams weten van het Pukkelpoppubliek. ‘Het vrij verkeer van personen!’, wilden wij terug roepen. Maar de NERD-frontman had duidelijk iets anders in gedachten.

‘Belgium’, moesten we natuurlijk antwoorden. Alle twintig keren dat hij de vraag stelde. Williams is, op zijn zachtst gezegd, een speciale frontman. Hij werkte de show af met een flinke grill in de mond die hem wat deed lispelen - hij bleef maar leuteren over de ‘Belgian shpirit’ in de ‘shircle pit’. Maar voor het een karikatuur werd, loste hij een korte medley van refreinen.

naar de recensie >

Foto's: Koen Bauters