De voormalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan is zaterdag op 80-jarige leeftijd overleden in zijn woning in Zwitserland, na een kort ziekbed. Dat hebben zijn familie en organisatie laten weten op Twitter.

Het overlijden van de gewezen topdiplomaat wordt aan persbureau Reuters bevestigd door twee naaste medewerkers van Annan.

De Ghanees leidde de VN van 1997 tot en met 2006. Hij was de eerste diplomaat uit Sub-Sahara Afrika in de topfunctie. Tijdens dat mandaat kreeg Annan onder meer te maken met de oorlog in Irak en de wereldwijde aidsepidemie.

In 2001 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede, samen met de Verenigde Naties, en dat onder meer voor zijn strijd voor de mensenrechten. 'Vandaag rouwen we om het verlies van een groot man, een leider en een visionair', schrijft de migratieorganisatie van de VN op Twitter.

De huidige secretaris-generaal, de Portugees António Guterres, omschrijft zijn voorganger in een reactie als een leidende kracht voor het goede. 'Annan leidde de VN het nieuwe millennium in met een ongeëvenaarde waardigheid en vastberadenheid', merkt Guterres op. 'Hij gaf iedereen de ruimte voor dialoog en probleemoplossing en bood een weg naar een betere wereld. Annans erfenis blijft een echte inspiratie voor iedereen.'

De Kofi Annan Stichting omschrijft hem in een mededeling als een 'wereldwijd staatsman en zeer toegewijd internationalist die zijn hele leven vocht voor een rechtvaardigere en meer vredesvolle wereld'.

Internationale carrière

Kofi Annan werd op 8 april 1938 geboren in het Ghanese Kumasi. Hij begon in 1958 aan zijn studies Economie, die hij in 1962 zou afronden, aan het Institut universitaire des hautes études internationales in Genève. Later behaalde hij nog een master in het Management aan het befaamde Massachusetts Institute of Technology.

Annan begon zijn internationale carrière in 1962, met een job bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Daarna zou hij dertig jaar lang verschillende managementfuncties blijven vervullen binnen de VN. Hij deed dat onder andere bij de Economische Commissie voor Afrika en het Hoog Commissariaat voor Vluchtelingen (UNHCR).

Strijd tegen aids

Na de golfoorlog van 1991 leidde de Ghanees het VN-team dat met Irak onderhandelde over de verkoop van olie, in ruil voor humanitaire hulp. Daarna werd Annan nog assistentsecretaris-generaal voor vredesoperaties (1992-1993) en ondersecretaris-generaal (1993-1996).

Op 1 januari 1997 groeide Annan dan door naar de absolute top, als eerste zwarte secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Bij zijn aantreden als secretaris-generaal wilde Annan in de eerste plaats werk maken van een hervorming van de Verenigde Naties. Onder zijn leiderschap werd in 2000 eveneens de millenniumtop georganiseerd, die geleid heeft tot de millenniumdoelstellingen. Zij moesten de lidstaten ertoe aanzetten meer werk te maken van de strijd tegen aids, armoede en ongelijkheid. Aan het begin van zijn tweede ambtstermijn, in 2001, zorgde hij er daarnaast nog voor dat er een actieplan tegen aids werd opgesteld. Hij noemde de strijd tegen de aidsepidemie 'zijn persoonlijke prioriteit'.

Nobelprijs

Annans inspanningen werden in oktober 2001 bekroond met de Nobelprijs voor de Vrede. Hij werd geprezen door het Noorse Nobelcomité, omdat hij de VN nieuw leven had ingeblazen, nieuwe uitdagingen had aangepakt, zoals hiv/aids en internationaal terrorisme, en had gezorgd voor een doelmatiger gebruik van het budget.

Maar Annan had daarnaast ook te kampen met interne problemen bij de VN. Zo had hij onder meer af te rekenen met een onderzoek naar Ruud Lubbers. De aanvankelijk door hem gesteunde Nederlandse Hoog Commissaris voor de Vluchtelingen werd beschuldigd van seksuele intimidatie van een vrouwelijke medewerker en moest ontslag nemen.

En ook Annans zoon, Kojo, kwam in opspraak. Hij werd ervan beschuldigd geld te hebben gekregen van een Zwitserse onderneming, die een lucratief contract in de wacht had gesleept in het kader van het olie-voor-voedselprogramma van de VN in Irak. Kofi Annan moest bovendien lijdzaam toezien hoe de Verenigde Staten de VN negeerden tijdens de Irak-crisis. Maar Kofi Annan zelf kwam tijdens deze crisissen nooit echt in opspraak.

Speciaal gezant voor Syrië

Na zijn twee termijnen als secretaris-generaal nam Annan in opdracht van de VN en de Arabische Liga nog even de rol op van speciaal gezant voor Syrië, in de zoektocht naar een uitweg voor het bloedige conflict dat ook vandaag nog voortduurt. Hij besloot echter enkele maanden later om zijn mandaat niet te verlengen. Annan hekelde daarbij de verdeeldheid binnen de internationale gemeenschap en het feit dat hij 'niet alle steun kreeg die de zaak verdiende'.