Sons of Kemet: God save Shabaka Hutchings
Foto: Koen Bauters

‘John Coltrane heeft zijn zoon gestuurd!’ kirde Kurt Overbergh van de AB verrukt net voor het slapengaan in De Lift. Die zoon kwam in de hoedanigheid van de Londense tenorsaxofonist Shabaka Hutchings, die op zijn beurt zijn Sons of Kemet naar Kiewit had gesommeerd.

Hutchings is zowat de Kamasi Washington van de bloeiende jazzscene aan gene zijde van het Kanaal. Een katalysator die het genre met nieuwe vleugels doet vliegen, maar meer dan die Grote Beer van de jazz is hij ook een vernieuwer. Met zijn door Zuid-Afrika besprenkelde Ancestors dealt hij in spirituele jazz, met 'The Comet Is Coming' schurkt hij langs het kosmische klankenspel van Sun Ra.

Van die oppergod from space had hij een kleurrijke outfit gepikt met gekkig hoedje, maar de jazz die hij met Sons of Kemet de tent indraaide, was veel broeieriger. Er huisden dronken marching bands uit New Orleans in, zwoele soca uit de Caraïben - Hutchings groeide op op Barbados - maar ook rauwe, stuiterende ritmes uit de grime en drum-‘n-bass.

De hele tent in beweging

Uitzinnige carnavalsmuziek voor een uit de hand gelopen Dia de los Muertos, zo leek het bijwijlen, bij elkaar geblazen en gemept door bastubaspeler Theon Cross en twee drummers die elkaar voortdurend de loef afstaken. De slagwerkers zorgden voor een verwoestende drive en Cross voor zweterige, pompende bassen. Hutchings draaide er met zijn sax lyrische dan wel alarmerende en bezwerende krullen rond.

Bij zo’n verschroeiende shot energie was stilstaan geen optie, en zo kwam de hele tent in beweging. Tegen het einde van de set werd er zo heftig geshaket dat het leek alsof er werd gemosht op jazz. ‘En die glazen rode wijn dan?’ vroeg een verontruste collega zich af.

Maar het ging Hutchings niet alleen om de roes. Zijn recente Sons of Kemet-plaat, 'Your queen is a reptile', is een opgestoken middelvinger naar de Britse monarchie en een pedestal voor black power. Elke song is een ode aan een vrouw met Afrikaanse wortels die heeft geknokt voor een stukje betere wereld.

Evenveel punk als dance als jazz

Dat onderstreepte gastzanger Joshua Idehen met zijn wilde slam in ‘My queen is Doreen Lawrence’, de Britse politica en moeder van een zwarte tiener die begin jaren negentig het slachtoffer werd van een racistische moord. ‘I wanna take my country forward’, spuwde hij, terwijl hij woest in het rond danste.

Loof de Heer voor Shabaka Hutchings. Dit gutste van het leven, dit stampte tegen de schenen, dit was evenveel punk als dance als jazz. John Coltrane keek vast glimmend toe van daarboven.