Yungblud: Bij elke song een versnelling hoger
Foto: Koen Bauters
Vlak voor Yungblud opkwam, hoorden we naast ons een Limburgse expert ter zake voorspellen dat dit concert vast ‘vals en schlecht’ zou zijn. (We gokken dat deze expert uit het Genkse afkomstig was.) Zijn voorspelling kwam niet uit. Volgende keer wat dieper in je glazen bol kijken, monsieur Soleil.

We waren maar wat blij dat Yungblud de Marquee op zijn kop zette, want veel werd er in de tenten waar wij vandaag passeerden nog niet op en neer gesprongen, laat staan gedanst en gezweet. De portie punk – nou ja, punk light laat ons zeggen – waarop Yungblud trakteerde, werd door publiek met gulzige teugen naar binnen geslokt. Die gretigheid ontging frontman Dominic Harrison niet, dus schakelde hij bij elke song nóg een versnelling hoger. Er zat geen rem op de stuiterfunctie in het lijf van deze jongen.

Kruising van Urbanus en Waar-is-Wally

Maar met over het podium stuiteren maak je natuurlijk nog geen show. Daarvoor had Yungblud zijn hits meegebracht. De prettige ska van ‘I love you, will you marry me’ gooide hij vrijwel meteen de tent in, en nog raak ook. Níét springen was vanaf dat moment geen optie meer. ‘Psychotic kids’ was de meebrulsong van dienst en ‘Polygraph eyes’ kon op een zee van hartjeshanden rekenen. 
Voor het onweerstaanbaar catchy ‘Medication’ speelde Yungblud weliswaar leentjebuur bij M.I.A.’s ‘Paper planes’, in ‘Tin pan boy’ zat een hey-yo-roepje dat gejat was van The Ramones en de geesten van Mike Skinner en de Sex Pistols (de songtitel ‘Anarchist’ spreekt voor zich) waarden ook nog wel ergens rond. Om maar te zeggen: honderd procent origineel klonk het niet altijd. 

Harrisons energieke act maakte veel goed. Zijn gekkigheid eveneens: in zijn gestreepte shirt en te hoog opgetrokken broek en sokken leek hij wel een kruising van Urbanus en Waar-is-Wally. 

Voor een artiest van amper eenentwintig met nog maar één album op de teller was dit een ongelooflijk meeslepend concert.