Whispering Sons: Blaffend naar het delirium
Foto: Koen Bauters
Whispering Sons-frontvrouw Fenne Kuppens maakte zowaar haar opwachting in het wit. Dat leek haast een statement, want de rest van de Lift kleurde gitzwart.

De post-punk van Whispering Sons ligt namelijk goed bij zwartjassen, maar de band zet zich zelf af tegen dat label: in plaats van ronkende plaatsen versieren op newwavefestivals winnen ze liever zielen in een kleinere Pukkelpoptent.

Het voornaamste verkoopsargument daarvoor blijft Kuppens zelf. 'I'm not losing it all the time', bleef ze als een mantra herhalen, ook nadat ze haar microfoon al kwijtgespeeld was. En ook in 'Performance' leek Kuppens zichzelf naar het delirium te blaffen. Een mens zou er haast bang van worden, als het niet zo fascinerend was.

Debuut op komst

De naar Brussel uitgeweken Limburgers komen het best tot hun recht wanneer de hoge gitaarriffs van Kobe Lijnen in duet gaan met Kuppens' diepzeestem - het langzaam opbouwende 'Got a light' schopt het ooit nog eens tot bisnummer.

Nieuwe songs als 'Alone' en 'Skin' voelden minder gerodeerd en leken de verzengende nijd van publiekslievelingen als 'Wall' of 'Performance' in te ruilen voor meer beheerste dreiging. Live schoten die er wat bij in, maar op plaat kan dat werken. Op 19 november weten we het: dan komt met Image het debuut van de ex-Rock Rally-winnaars uit.