Om de twee dagen wordt een bejaarde vermist
De meeste vermisten zijn mensen met dementie of de ziekte van Alzheimer. Foto: Kristof Vadino
Elk jaar worden in België tussen de 150 en 200 bejaarden als vermist opgegeven. In de meeste gevallen gaat het over mensen met dementie of de ziekte van Alzheimer.

Om de twee dagen wordt een oudere persoon als vermist opgegeven aan de Cel Vermiste Personen, zo bericht Le Soir vandaag. Ter vergelijking: elke dag worden er gemiddeld vier tot vijf verontrustende gevallen van verdwijningen geregistreerd. Meer dan 10 procent daarvan zijn oudere mensen, volgens de Cel Vermiste Personen. 

Dat is geen dramatische stijging, maar het komt elk jaar wel vaker voor, zegt David Rimaux, commissaris van de Cel Vermiste Personen, aan De Standaard. ‘Er zijn meer verdwijningen omdat er veel meer mensen zijn die vandaag ouder worden. Het deel van de bevolking tussen 50 en 70 is de grootste leeftijdsgroep in België.’

De meeste bejaardentehuizen werken nauw samen met de lokale politiediensten om zulke vermisten sneller terug te vinden. ‘Binnen twintig minuten na een verdwijning moeten rusthuizen de politie verwittigen. Elke bejaarde heeft ook een identificatiefiche met een foto, een beschrijving en medische informatie’, zegt Rimaux. ‘Die wordt dan doorgegeven aan de politie, zodat we alle informatie over de vermiste persoon ter beschikking hebben.’

Het gaat vaak om personen met dementie of de ziekte van Alzheimer die wegvluchten uit woonzorgcentra. ‘Maar die mensen hebben vaak nog wel een langetermijngeheugen’, zegt Rimaux. ‘Daardoor kunnen we met de fiches op zoek gaan naar de plaatsen die vroeger voor hen van belang waren.’

Vermiste bejaarden worden ook vaker teruggevonden dan vroeger. ‘We hebben nu betere middelen en ook de sensibilisatie is beter,’ zegt Rimaux. Maar de verdwijningen blijven onrustwekkend omdat oudere mensen vaak kwetsbaarder zijn. ‘Zeker met het warme weer is het problematisch voor die mensen omdat ze snel dehydrateren. Dat kan dodelijke gevolgen hebben. Ook in de winter is het zeer gevaarlijk’, zegt Rimaux. 

Wat doen woonzorgcentra om weglopen te vermijden?

Sommige rusthuizen gebruiken technische maatregelen om te voorkomen dat iemand verdwaalt. Jurn Verschraegen, directeur van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen pleit voor een slim gebruik van elektronische opvolgmiddelen, die personen zo veel mogelijk vrijheid bieden. 

Zo kunnen bejaarden elektronische armbandjes dragen die sommige deuren, zoals de uitgang, blokkeren. Een ander apparaat is het Spotter-apparaat, dat hulpverleners in staat stelt om de bewegingen van de betrokkene op te volgen. De app Glympse is volgens Verschraegen ook een handig opvolgmiddel: ‘Stillaan maken ouderen ook meer gebruik van smartphones. Met de app kun je iemand een bepaalde tijd volgen.’

Het gebruik van deze opvolgmiddelen roept vragen op over privacy. Maar niet iedereen komt in aanmerking voor deze maatregelen, sust Verschraegen. ‘We bekijken dit op individuele basis. Het is uiteindelijk aan de hulpverleners of aan de familie om te oordelen. Met deze middelen zijn dementerende mensen nog in staat de wereld te verkennen.’
Rimaux: ‘We kunnen de rustoorden ook niet in gevangenissen veranderen om te vermijden dat mensen verdwalen.’