Trixie Whitley: experiment met kippenvel
Foto: Geert Van de Velde

‘No cure for curiosity’, stond er op de schermen in de Marquee te lezen voor Trixie Whitley op kwam. Nochtans trakteerde ze in de Marquee op een festijn voor de nieuwsgierigen.

‘Ik houd van avontuur en ik raak snel verveeld’, legde de Gents-Amerikaanse zangeres uit. ‘Dus gaan we een aantal nummers van de nieuwe plaat voor het eerst brengen: jullie zijn de allereerste oortjes om ze mee te maken.’ Wat volgde: de nieuwe single ‘Heartbeat’, die drijft op een obscure synthbeat, maar ook de heerlijke rocksongs ‘Time’ en ‘May cannon’. Die gingen nooit echt van de ketting, maar impact hadden ze wel.

Tussendoor herwerkte Whitley een flink deel van haar gevestigde oeuvre. Gospelsongs ‘Need your love’ en ‘Breathe you in my dreams’ wikkelde rond een ritmepatroon uit haar Korg-synthesizer, en voor ‘Closer’ ging Whitley het publiek in, enkel begeleid door een piano. Juist: kippenvel, dat hadden we op deze Pukkelpop nog niet gehad.

Of die nieuwe versies veel nieuwe zielen zullen winnen is nog de vraag – Whitleys voldragen arrangementen zijn eerder een troef dan ballast. Maar voor de fans die al sinds Porta Bohemica (2015) wachten op nieuw werk was het een uitdagende luistersessie. ‘Bedankt om dit experiment met mij te ondernemen’, sprak Whitley voor toemaatje ‘Dandy’. Een politiek geladen, gedroomde single, waarvoor Whitley zowaar zelf achter de drums kroop. Het resultaat: nu zijn we razend benieuwd naar die nieuwe plaat. En het schijnt dat daar geen remedie tegen is.