Nick Murphy: het is goud en het blinkt
Archiefbeeld: Nick Murphy in Vorst Nationaal Foto: Koen Bauters

Vroeger was zijn artiestennaam Chet Faker en in die hoedanigheid scoorde hij de hit ‘Gold’, een minimalistisch neo-soulpareltje waarmee de Australiër zijn status van belofte inruilde voor die van gevestigde waarde. Vandaag trad hij op onder zijn eigen naam Nick Murphy.

Toch kwam ‘Gold’ al vroeg in de set voorbij. Een charmeoffensief om het publiek alvast voor zich te winnen, vermoedden wij initieel. Want de recensies van zijn eerste concerten als Nick Murphy en de daarbij horende muzikale koerswijziging liepen niet bepaald over van de superlatieven. ‘Je voelt zijn moeizame zoektocht naar een nieuw geluid’, zo klonk het. Dat dat nieuwe geluid het oudere en betere geluid danig in de weg zat, werd hier en daar ook geopperd.

Het moet zijn dat Murphy zichzelf sinds het begin van zijn ommezwaai naar een nieuw muzikaal palet een schop onder de kont heeft gegeven en hard gewerkt heeft aan zijn livesound, want van moeizaamheid was vanavond in de Club hoegenaamd geen sprake. Door zijn grootste hit al zo snel in de set te gooien, zei hij in feite: wacht maar, want ik heb nog veel meer moois in petto. Dat had hij ook. De nieuwe songs bevonden zich veel meer in de synthpophoek dan in r&b-regionen, waardoor de Chet Faker-songs ook zo’n weidser arrangement aangemeten kregen. Zo klonk ‘1998’ soulvol alsof het uit 1978 kwam, zette de hele tent het op een dansen toen de discofunk van ‘The trouble with us’ zich een weg naar onze heupen baande en was het feest van herkenning compleet nadat de eerste tonen van ‘Talk is cheap’ weerklonken.

Murphy ging helemaal op in zijn muziek; hij boog zich over zijn keyboard als een chemieprofessor over zijn proefbuizen en liet horen dat zijn jaloersmakend loepzuivere soulstem wel degelijk nog steeds de spil van zijn songs is. Jammer dat zijn solopassage aan de piano overstemd werd door gebabbel in de tent en de dreunende bassen uit de nabijgelegen dancetenten, maar dat maakte dan weer wel dat je je afvroeg: wanneer kunnen we dit talent eens in de intiemere setting van een concertzaal aan het werk zien?