Grizzly Bear: Trotse littekens
Foto: Koen Bauters
‘Great disaster, shocking sight’: nee, we denken niet dat zanger-gitarist Daniel Rossen het over ons had toen hij ‘Aquarian’ inzette in de Marquee. Grizzly Bear vat al tien jaar universele verwarring in onthutsend mooie en tegelijk grillige popsongs. Het decor, iets tussen de grot van Ali Baba en een het web van de achtpotige bastaardzoon van Godzilla, veruitwendigde trefzeker die gedachte.

Ooit was Grizzly Bear het goudklompje van de bloeiende Brooklyn-scene, dat met sublieme albums als Veckatimest en Shields in de kraag op weg leek om de Amerikaanse Radiohead te worden. Maar het brandpunt van de pop verschoof naar LA, er liep er heel wat mis in de levens van de bandleden en de beer ging in winterslaap. Een half decennium later ziet de wereld er plots heel anders uit. Zijn comebackplaat Painted Ruins leek al op voorhand een relict uit een voltooid verleden tijd, niet veel mensen vonden de weg nog naar de Marquee.

Niet getreurd. ‘Take the past, own your scars, let it show’, zong frontman Ed Droste in ‘Losing all sense’, een pianoriffje dat niet op de Dubbele witte van The Beatles had misstaan. Wie zijn littekens met trots draagt, kijkt helderder naar de toekomst.

Moment de gloire

De Amerikanen kroonden zich opnieuw tot meesters van de ontroering. Het op flanellen benen ingezette ‘Yet again’ sloeg je hulpeloos tegen de plankenvloer met zijn in de kiem gesmoorde euforie en fijnzinnige samenzang, het als tedere ballad vermomde ‘Fine for now’ scheurde je finaal aan stukken met zijn omineuze, verschroeiende slot. In ‘Ready, able’ belandden statige fiftiescrooners in een psychy koortsdroom, waarna de rinkelende gitaren van ‘Sleeping ute’ als dronken harpen rond je gemoed dansten. Krop, keel enzovoort.

En toen diste de band ‘Two weeks’ op, sixtiespop op een hiphopbeat en na tien jaar nog steeds Grizzly Bears moment de gloire. De schaarse toehoorders juichten zich eindelijk de longen uit het lijf.

Wat daarna volgde, voelde als toegift, maar wat voor een: het broze ‘While you wait for the others’, dat de grot in een oranje en blauwe gloed onderdompelde. ‘Three rings’, weerbarstige gitaren voortgestuwd door een knekelorkest, verleid door de dwarsfluit van bassist Chris Taylor. En de sublieme suite genaamd ‘Sun in your eyes’, pop met een jazzy snit waarin diezelfde Taylor een saxofoon korzelig liet aanschurken tegen het expressieve geroffel van drummer Chris Bear. En dan die als een vroegtijdig herfstblad naar beneden dwarrelende pianonoten van Rossens Wurlitzer: shocking, maar great!