Unknown Mortal Orchestra: Feedback onder de discobol
Foto: Koen Bauters
Wat tovert Ruban Nielson toch hartverscheurende liedjes van onder zijn baseballpetje. Dwarse popsongs die je in zijn hersenpan laten kruipen, waar je in grillige spinnenwebben en iele muizenissen verzeild raakt. Donker, maar boeiend. Alleen durft hij zijn bloedjes van kinderen live met huid en haar te verslinden. Kronos is er niets tegen.

Isolation can put a gun in your hand’, omrandde hij de donkerte meteen met een dikke markeerstift in ‘From the sun’. Een beatlesiaanse popsong vol psychedelische Magical Mystery-kleuren is dat, door Nielson gezongen met een fragiele soulstem. Ontroerend mooi. Tot hij het liedje openscheurde met een snerpende gitaarsolo die hem meteen de plankenvloer van de Marquee deed opzoeken. Groteske capriolen van een timide zanger die niet veel meer dan wat vervelende feedback toevoegden.

Kort en knapperig

Dat de naar Portland uitgeweken Kiwi zijn veelkantige songs graag morsig opdient, is geen probleem. Zolang hij zich tot de essentie beperkt. Zoals in ‘Swim like a shark’ bijvoorbeeld, kort en knapperig, met een baslijn waar McCartney een vinger veil voor zou hebben. ‘Ministry of alienation’ ook, een weemoedige, jazzy ballad met Jimmy Hendrix’ ‘Castles made of sand’ in de snaren. Of het sublieme ‘So good at being in trouble’, Otis Redding vermomd als psychrocker.

Maar ook die laatste liet hij ontaarden in een storm van noise en strobo’s die er alleen maar de breekbaarheid uitblies. De gitaren mochten daarna opnieuw van stal in ‘Major league chemicals’ en het met Black Sabbath-riffs besprenkelde ‘American guilt’, een van die vonken op Sex & food, de wat ter plaatse trappelende laatste plaat van Unknown Mortal Orchestra waarop Nielson zijn blik op de verhakkelde wereld richt.

Extatisch slot

Het publiek keek ernaar als koeien naar een voorbijrijdende trein. Tot Nielson vond dat we 41 jaar na de dood van Elvis onze pelvis maar eens moesten losgooien. ‘Multi-love’, een funkfeest dat zijn mislukte driehoeksverhouding uit de doeken deed, werd door het publiek omarmd als een wereldhit.

Daarna kwam de discobol naar beneden voor ‘Hunnybee’, een ode aan Nielsons dochter, en ‘Can’t keep checking my phone’, dat door de tent shakete als Donna Summer on acid. We werden er meteen high van. En zo kwam er aan de wisselvallige trip toch nog een extatisch slot.