Phoebe Bridgers: verstoord door de Boiler Room
Foto: Koen Bauters
‘Een eenhoorn in de muziekbusiness’ noemde Ryan Adams haar een tijdje terug, en dus spitsten we onze oren voor Phoebe Bridgers. Uit LA komt ze, en samen met gelijkgestemde zielen als Julien Baker, Snail Mail en Lucy Dacus gooit ze de volgens cynische zielen zieltogende indierock een reddingsboei toe.

Helaas had Bridgers haar set akoestische gitaren net afgestoft voor ze naar de Club afzakte. Ze gaven nummers als ‘Georgia’ en ‘Would you rather’ een wiegende countrygloed mee eerder dan de stekelige rockrafels die haar fraaie visitekaartje Stranger in the Alps zo prettig doen prikken. Hun fragiele harnas beschermde de songs ook niet tegen het gedreun van de aanpalende Boiler Room.

Zoals bij de verstilde liefdesballad ‘Everything’ van Gillian Welch, die ze in duet bracht met haar drummer Marshall. Je zwijmelde in de twinkelende lichtjes die rond haar microfoon waren gedrapeerd en droomde van Gram Parsons en Emmylou Harris, maar telkens mepten opdringerige beats je weer tot bewustzijn. Sneu. 

Gehuld in te dichte mist

Het hielp ook niet dat Bridgers’ betoverende sirenenzang voortdurend gehuld ging in een hardnekkige mist, je verstond ternauwernood een woord van wat ze zong. Jammer, want de 24-jarige Amerikaanse heeft zich zoals haar Britse voorbeeld Laura Marling bekwaamd in van scheermesjes voorziene, donkere, soms zelfs morbide poëzie. 

In ‘Motion sickness’ etaleerde ze dat met brille, een nijdige brief aan een ex-vriendje waarin ze hem doodleuk vertelt dat ze elke keer fakete. Eindelijk gordde ze die elektrische gitaar om, het volume ging omhoog en het publiek staakte zijn eindeloze gekeuvel. Helaas kwam die opleving te laat om de eenhoorn nog te redden.