Tin Fingers: De wereldhit komt eraan
Foto: Koen Bauters
Als een witte ridder op zomervakantie, zo draafde frontman Felix Machtelinckx van Tin Fingers het podium van zijn te veroveren Castello op: hagelwit onderlijfje en dito broek, perfect en vogue met de als ijsblokjes vermomde popsongs waarmee ze de zwoele tropenlucht in de tent verkoelden.

Zoals het verleidelijk getitelde ‘Tropical’, een zonnig groovende bas waarvan je onderhuids voelde dat hij je in het ootje nam. Een liedje dat ze plukten van de ep No hero, waarmee het Antwerpse vijftal vorig jaar zijn neus voor lijzige eightiessynths en dromerige falsetten met veel zwier etaleerde. 

Tijdens hun Pukkelpop-ontgroening hadden die nummers hun studiohuid nog niet helemaal afgestroopt. Het begin was schuchter en Machtelinckx zwaaide zo behoedzaam met zijn microstatief dat het leek alsof hij er zeker geen krasje op wou maken. Maar Tin Fingers heeft nog tijd om zijn ware pit te tonen. 

Eerste LP

Er wordt intussen hard getimmerd aan hun eerste langspeler, en daarvan kregen we een sneak preview genaamd ‘Wild’. Een slok eightiespopgalm met een vale shoegazeblik die in de finale te pletter kletste op een wall of sound die vooral bewees dat de keuze tussen pop en zijn garageverleden nog niet helemaal gemaakt is.

Daarover moet Tin Fingers nochtans niet twijfelen: de band heeft met ‘Boy Boy’, ‘Finally feeling alone’ en ‘Young mother’ geen lood, maar goud in de vingers. Tussen zorgeloze dagdromen en weemoedige muizenissen meanderende popsongs met catchy hooks en een intrigerend je ne sais quoi in de lyrics. Een eigentijdse dosis cheesy kitsch ook, zoals in het van Fleetwood Mac geleende ‘Everywhere’, dat ze een handvol vers geplukte paddo’s hadden toegestopt. 

I prefer to stay dry’, zong Machtelinckx in ‘Swim’ nadat hij zijn marcelleke uitspeelde en zich excuseerde voor zijn niet zo afgetrainde torso, ‘the water is too dark, who knows what lives in there.’ Wij weten het ook niet, maar wat we wel weten is dat die wereldhit eraan zit te komen.