Dirk.: De eerste moshpit van Pukkelpop 2018
Foto: Koen Bauters
Kunnen bouwen op je vrienden: altijd belangrijk als rockband. Dirk had een half dozijn makkers aan de ingang van de Castello-tent geposteerd om maskers uit te delen waarop de tronies van de bandleden stonden - dat moet een primeur geweest zijn voor Pukkelpop.

De songs die Dirk bracht, waren dat niet meteen: die refereerden aan de nineties slackerrock van bands als Weezer. Maar in een periode waarin Spotify-charts én festivalaffiches gedomineerd worden door vaak teneergeslagen, lang uitgesponnen zwanenzangen, klinken snedige, tongue-in-cheek punksongs als 'Waste' of 'Sick and tired' uitermate fris.

Zanger-bassist Jelle Denturq, op een podium steevast met korte turnbroek aan en de benen in X-vorm, krulde zich in onnatuurlijke bochten rond zijn microfoonstatief - dat je ook rechtopstaand in die dingen kan zingen, leek hem een vreemd concept. Maar het paste wel: ook hun debuut Album was het resultaat van een uitgewrongen frontman. In 'Gnome' vermeldt Denturq immers hoe hij in een depressieve periode zijn maaginhoud uitstortte op de tuinkabouter van zijn buren, en in 'Fuckup' bezingt hij zijn permanente falen met een van de betere refreinen die we dit jaar hoorden - 'I only hate myself when I fuck things up/ and I fuck things up all the time'. Dirks beloning: de eerste moshpit van Pukkelpop 2018. Dat er nog veel mogen volgen.