In het centrum van Tel Aviv zijn zaterdagavond tienduizenden mensen op straat gekomen om te protesteren tegen de omstreden wet waarin Israël wordt omschreven als ‘de natiestaat van het Joodse volk’. De meeste betogers maakten deel uit van de Arabische minderheid. Het is al de tweede zaterdag op rij dat er tegen de wet wordt gemanifesteerd.

De wet waarin Israël wordt omschreven als de ‘natiestaat van het Joodse volk’ werd vorige maand goedgekeurd. De wet maakt een einde aan de gelijke status van het Arabisch en het Hebreeuws, en maakt die laatste taal de enige officiële in Israël. Ook wordt het ‘gehele en verenigde’ Jeruzalem als de Israëlische hoofdstad omschreven. Er is ook een bepaling opgenomen die stelt dat het bevorderen van joodse nederzettingen in het nationaal belang is.

De bevolking van Israël bestaat nochtans voor een kleine 20 procent uit Israëlische Arabieren. Zij zijn afstammelingen van Palestijnen die op hun land bleven toen Israël in 1948 werd opgericht. Zij voelen zich behandeld als tweederangsburgers, en klagen reeds lang over discriminatie op het vlak van onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting.

Sommige demonstranten droegen Palestijnse vlaggen en er waren spandoeken te zien met ‘apartheid’. Premier Netanyahu postte al een video over de betoging op zijn Facebookpagina, waarin hij stelde ‘dat er geen beter bewijs is van de noodzaak van de wet over de joodse natiestaat. We zullen onze Israëlische vlag en ons volkslied fier blijven gebruiken’.