'Domme dingen doen maakt je mild voor anderen'
Foto: Brecht Van Maele
Gerda Dendooven is de grande dame van de Vlaamse jeugdliteratuur. Nele Van den Broeck timmert aan de weg om grande te worden, bij voorkeur buiten Vlaanderen. 23 jaar tussen hen in, en dat blijkt een hele wereld. ‘Ik voel niet langer de nood mijn eigen kleine leven te fileren, die navelstaarderij kan ik niet meer hebben.’ ‘Maar het persoonlijke is toch vaak het meest universele?’

Nele Van den Broeck (33) wilde Gerda Dendooven (56) ontmoeten omdat ze iets van haar denkt te kunnen leren. Ze zijn in andere kunsten actief, aan verschillende generaties schatplichtig, hun wegen lopen eerder uiteen dan parallel. Het relaas van hun ontmoeting in Villa Hellebosch leest u zaterdag in dS Weekblad. Hieronder alvast een voorproefje.

Het ene moment gaat het over het onverklaarbare succes van een gedrocht als Fifty Shades of Grey, het volgende wil Van den Broeck weten of ze nu wel of niet aan kinderen moet beginnen. Dendooven antwoordt gretig, soms met een meisjesachtig enthousiasme, als ze haar lange vlecht in haar nek werpt of schaterlacht – alsof ze haar statements met een vrolijke noot wil verzachten. Ze is zo’n vrouw voor wie het woord distinctie is bedacht, met meticuleus opgemaakte ogen achter haar donkere pilootbril en een mooi gesneden bloes die zelfs onder een verzengende zon onkreukbaar blijft.

Dendooven zegt niet altijd wat Van den Broeck wellicht had willen horen. ‘Mijn jongste dochter bracht ik op zes weken al naar de opvang. Ik dacht: ik moet toch werken. Gelukkig zijn hier veel goede crèches.  Dat is in Nederland bijvoorbeeld niet zo.’ 
‘Fuck. Mijn nieuw lief is een Hollander.’

Een kleine hype 

Ze zullen meermaals klinken op de rust tussen de bomen van Hellebosch. Gerda Dendooven werkt aan de opvolger van Stella, haar prentenboek over een meisje dat door een vissersechtpaar in hun netten wordt gevonden. De manier waarop ze de vluchtelingencrisis op eigenzinnige kindermaat vorm gaf, werd bejubeld en bekroond. En volgend jaar staat Stella op de planken. Op vraag van het Landelijk Cultuurcentrum voor Cultuur van Alledag (Leca) en het Minderhedenforum is ze ook met een boek bezig over Sint en Piet. ‘Ze willen eindelijk komaf maken met dat gedoe rond Zwarte Piet. Een zware bevalling.’ 

Van den Broeck heeft een musical geschreven, waarin ze ook zelf acteert. Nele Needs A Holiday: The Musical ging in première in Londen, speelt nu een maand in Edinburgh en landt begin 2019 ook in eigen land, in de KVS. De popopera vertelt het verhaal van Nele, een meisje dat naar Londen verhuist om een internationale popster te worden. Spoiler alert: de musical eindigt met liefdesverdriet, een faillissement en een Brexit. Wie de columns van Van den Broeck in De Standaard leest, weet dat de Nayle in de Engelse musical eigenlijk gewoon Nele uit Merchtem is, het meisje dat wereldberoemd wil worden. ‘Op de duur wordt dat wel een running gag’, zucht Van den Broeck. 

Maar je meent het wel?

Van den Broeck: ‘Natuurlijk. Elke artiest die het tegendeel beweert, liegt. Ik weet dat ik er niet op mag focussen: roem is een spook. Het raakt je aan of niet. Ik ben heel even een hype geweest. Mijn plaat was net uit, ik kwam op tv, op de radio. Telefoons dat ik toen kreeg! Gewoon, uit nabijheid.’

Dendooven: ‘Dat is toch allemaal relatief? Ik heb die hype niet opgepikt, terwijl ik veel naar de radio luister en kranten lees.’

Van den Broeck: ‘Het was klein, hoor. Maar in mijn persoonlijke leven vond ik het een grote hype. (lacht) Je kunt het gewoon niet sturen, dus ik weet ook wel dat het een te groot risico is je geluk daarvan te laten afhangen.’ 

Dendooven: ‘Ik ga vaak in scholen spreken: als in zo’n klas nog maar één kind zit dat nog nooit een verhaal heeft gehoord, doe ik het daarvoor. Zo houd ik mezelf aan de gang.’ 

Het volledige interview met Nele Van den Broeck en Gerda Dendooven leest u zaterdag in dS Weekblad en op standaard.be. ‘Hebben kinderen mij gelukkiger gemaakt? Een hond maakt je ook gelukkig. Ze hebben vooral de wereld groter gemaakt, me veel over mezelf geleerd. Ze waren soms bijna een studieobject’