(Niet) iedereen welkom bij de scouts
Chiro Vlaanderen noemt inclusie ‘een blijvend aandachtspunt’. Foto: belga
Hoe inclusief moet een jeugdbeweging zijn? ‘Maximaal. Maar we moeten ook rekening houden met de realiteit van wat de jonge, vrijwillige leiding aankan.’

VOORAF

De moeder van Leander, een negenjarige jongen met autisme, dient een klacht in bij het gelijkekansencentrum Unia omdat haar zoon niet meer welkom is bij de scouts van Wetteren. Dat schreef Het Nieuwsblad maandag. De lokale afdeling Prins Boudewijn zou wel hebben voorgesteld om Leander naar Akabé te sturen, de werking van de scouts voor kinderen met een handicap. Maar dat wil de moeder niet, omdat Leander geen mentale achterstand heeft.

 

Scouts en Gidsen Vlaanderen schiet tekort in het uitdragen van inclusie. Dat vindt Beno Schraepen van het Studiecentrum voor inclusie (Artesis Plantijn Hogeschool) in een opiniestuk in deze krant, waarin hij reageert op de heisa rond een autistische jongen die niet meer welkom is bij de scouts van Wetteren.

Het is niet de eerste keer dat een lid met een beperking geweerd wordt uit een lokale scoutsgroep. Twee jaar geleden werd een 14-jarige jongen met de ziekte van Duchenne geweigerd bij de Scouts in Kapellen, waar hij al acht jaar lid was. Zijn vader publiceerde toen een open brief op zijn blog.

Scouts en Gidsen Vlaanderen reageerde twee keer op ongeveer dezelfde manier met een verontschuldiging voor de onhandige communicatie en de boodschap dat ze inclusie maximaal aanmoedigen. ‘Maar we moeten ook rekening houden met de realiteit van wat de jonge, vrijwillige leiding aankan’, zegt hun woordvoerder Jan Van Reusel maandag in Het Nieuwsblad. ‘Het getuigt van verantwoordelijkheid om in te schatten dat ze hier niet goed mee om konden gaan.’

1 miljoen subsidie

In tegenstelling tot zijn eerdere reactie, zegt Van Reusel nu dat het zeker niet de bedoeling was om de autistische jongen te weigeren, maar dat de leiding een gesprek wilde aangaan met de ouders om de verschillende opties te overlopen. ‘Leander moest overgaan naar een andere groep waar dagtochten zonder begeleiding op het programma staan. De leiding was daar onzeker over, en dat begrijp ik.’

‘Er waren wel degelijk mogelijkheden voor Leander’, vervolgt Van Reusel. ‘Naast Akabé, de werking van de scouts voor kinderen met een handicap, zouden we de jongen bij de welpjes kunnen laten. Of bepaalde activiteiten zonder hem doen. Maar blijkbaar is dat bij de ouders anders overgekomen.’

Volgens Beno Schraepen is dat onvoldoende. ‘Van een organisatie die 82.000 leden vertegenwoordigt en ruim 1 miljoen subsidie ontvangt, mag je toch iets meer verwachten’, schrijft hij. ‘De staf, vormingswerkers en het managementteam moeten hun leiders en leden meenemen in de visie dat samenspelen een recht is van ieder kind.’

Professionaliseren

Is een systeem van ondersteuners, zoals in het gewoon onderwijs, een optie? ‘Misschien wel’, zegt Van Reusel. ‘Maar we moeten wel goed nadenken wat het zou betekenen om onze leiding te professionaliseren. De jonge vrijwilligers maken net de kracht uit van onze jeugdbeweging. En ook voor hen moet er emotionele veiligheid zijn.’

Ook voor Chiro Vlaanderen is de autonomie van een groep belangrijk. ‘Iets afdwingen van een groep is heel moeilijk. Als we hen iets laten waarmaken wat ze zelf niet zien zitten, kunnen we geen kwaliteit en veiligheid garanderen’, zegt directeur Erwin Cools.

Hij noemt inclusie een blijvend aandachtspunt. ‘In principe proberen wij iedereen die zich aandient op te vangen. Al vraagt dat soms creativiteit. Als iemand in een rolstoel zit, proberen we groepen van lokaal te laten wisselen om een lokaal op het gelijkvloers vrij te krijgen. Of iemand om de veertien dagen te laten komen om de groep niet te overbelasten. Want ik heb veel begrip voor ouders die willen dat hun kind mee kan doen met de jeugdbeweging.’