Dertigduizend bliksems: hoe weten we dat?
Foto: Belga
Afgelopen nacht hielden liefst 30.070 bliksemschichten het land wakker. Hoe weten we dat?

Sinds 1992 kan het KMI, Koninklijk Meteorologisch Instituut van België, nauwgezet vertellen waar, wanneer en hoeveel bliksemschichten er bij een onweer te zien waren. Net zoals een radiozender zendt een bliksemontlading immers ook elektromagnetische golven uit. Het systeem dat het KMI hanteert, kan deze uitgezonden golven onderscheiden van andere radiogolven en zo de bliksemschichten detecteren en tellen.

Zowat 1.500 bliksemsinslagen sloegen afgelopen nacht in op de aarde, de andere 28.500 waren bliksemflitsen, bliksemontladingen van wolk tot wolk, rapporteerde het KMI.

Waarom zo weinig inslagen?  'Door de droogte is de samenstelling van de bodem minder ‘geladen’ en wordt bliksem minder aangetrokken”, zegt klimatoloog Luc Debontridder van het KMI aan Het Nieuwsblad. Volgens weerman David Dehenauw was de afstand tussen de aarde en de wolken ook groter dan normaal. Daardoor kon de vonk moeilijker overslaan.

Maar 28.500 bliksemflitsen klinkt nog altijd veel. Toch valt dat goed mee. Tijdens de nacht van 4 op 5 juli 1999 konden we in België dubbel zo veel bliksemschichten tellen. Toen telde het KMI maar liefst 32.000 bliksemontladingen richting de aarde en 34.000 blikschichten tussen de wolken onderling.