Hoera, negen medailles! Maar Nederland doet het natuurlijk weer veel beter
Nicky Degrendele in actie op de baan van Glasgow. Foto: BELGA

Met het zilver voor Bashir Abdi op de 10.000 meter heeft ons land nu al negen medailles in het kastje. Maar is dat nu goed of slecht, op een groot en vooral nieuw sportevenement als de Europese kampioenschappen?

Goud en zilver voor turnster Nina Derwael. Goud voor Robbe Ghys en Kenny De Ketele op de wielerbaan. Eerder vandaag zilver voor Nicky Degrendele in het keirin en verrassend brons voor mountainbikester Githa Michiels. En nu ook zilver voor Bashir Abdi in de 10.000 meter.

Er viel al geregeld goed nieuws te rapen voor ons land op deze Europese kampioenschappen. In totaal hebben we al negen keer eremetaal verzameld: twee keer goud, vier keer zilver en drie keer brons. Maar hoe goed doen we het daarmee vergeleken met andere landen? Dat is op intuïtie minder goed in te schatten, want het is de eerste keer dat zoveel sportdisciplines hun Europese kampioenschappen bundelen in één event.

Een blik op de medaillestand biedt een indicatie. Van de 53 landen die deelnemers afvaardigen naar Glasgow/Berlijn, staan er tien voor ons in de ranking. Die houdt in eerste instantie rekening met het aantal gouden medailles. Hongarije bijvoorbeeld pakte nog maar vijf medailles, maar omdat drie daarvan de oppergaai waren, staat het land van Viktor Orbán voor ons in de rangschikking.

En de Nederlanders?

Op Olympische (Winter)Spelen moeten Belgische sportliefhebbers doorgaans knarsetandend toekijken hoe de Nederlanders het altijd veel beter doen, terwijl die naar verhouding toch ook niet zoveel meer inwoners hebben. En jawel, op deze kampioenschappen is het weer van dat. Nederland staat op het moment dat we dit schrijven vijfde, en pakte al zeven keer goud. Vijf daarvan behaalde Oranje op de wielerbaan, een andere was voor olympisch turnster Sanne Wevers op de evenwichtsbalk. Marianne Vos behaalde zilver in de wegrit van het wielrennen.

In totaal behaalden onze noorderburen al 21 medailles, ruim het dubbele dus van ons land. En dan staat schaatsen nog niet eens op het programma.

Van de ‘grote’ landen is Spanje de ontgoocheling. Het moet het stellen met vier keer brons, drie in het synchroonzwemmen en eentje in het snelwandelen, ook niet bepaald het koninginnennummer in de atletiek.

Synchroonzwemland Rusland

De grote slokop is Rusland. Dat behaalde al achttien keer goud, dat is zo maar even het dubbele als de negen gouden medailles van nummer twee Groot-Brittannië. Acht medailles daarvan komen weliswaar uit het niet al te prestigieuze synchroonzwemmen, maar ook in de ‘klassieke’ zwemnummers pakte Rusland al vijf keer goud.

Tot hiertoe wisten al 25 landen minstens één atleet naar het podium te sturen. Kleinere landen als San Marino, Gibraltar of Andorra zijn ook vertegenwoordigd, maar keren voorlopig zonder bekroning huiswaarts.