Industrie bespaart water, maar blijft slokop
Foto: pixabay

Ondanks inspanningen blijft de chemische sector een slokop van water. Het industriële gebruik van leiding- en grondwater daalt sinds 2014 niet verder.

Van al het beschikbare water in Vlaanderen verbruikt de industrie met 38 procent meer dan alle huishoudens samen. Dat blijkt uit cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij. Het opwekken van energie en de landbouw nemen elk zo’n tiende in beslag. Uit Europese vergelijkingen blijkt dat de industrie in België erg veel water gebruikt. Maar die cijfers tellen het rivier- en zeewater mee dat gebruikt wordt voor onder meer de koeling van energiecentrales.

Het gebruik van dat oppervlaktewater, dat vaak relatief onaangetast opnieuw aan de natuur wordt gegeven, is een stuk minder nadelig dan grond- en zeker leidingwater. Het totale grondwaterverbruik in Vlaanderen is sinds de eeuwwisseling met zo’n derde gedaald, en het leidingwater met een tiende. Maar het gebruik van regenwater, de vierde categorie, nam toe, zodat de totale waterconsumptie sinds 2010 opnieuw de hoogte in gaat. Qua leidingwater spannen de huishoudens de kroon, met 65 procent van het gebruik.

Petrochemie

Een tweede reden waarom het gebruik van de industrie relatief hoog ligt, is de sterke aanwezigheid van de petrochemische sector in ons land. Die is verantwoordelijk voor een kleine 40 procent van het industriële gebruik (exclusief koelwater), waarvan meer dan de helft van het (drinkbare) leidingwater. De industrie zegt haar best te doen om vooral het gebruik van leiding- en grondwater te beperken. Maar sinds 2014 dalen beide niet verder.

‘We doen er alles aan om ons waterverbruik te beperken’, zegt Corine Petry, woordvoerster van de chemische sectorfederatie Essenscia. ‘We spelen een voortrekkersrol binnen de Belgische industrie.’ Zo zijn de watersystemen van de petrochemische bedrijven in Antwerpen onderling met elkaar verbonden om hergebruik te stimuleren. Het gebruik van drinkwater door de chemie nam af van 66,2 miljoen kubieke meter in 2005 tot 55,7 in 2014. Het gebruik van ander water nam wel toe.

Terwijl de huishoudens en de landbouw in tijden van droogte maatregelen opgelegd krijgen, blijft de industrie buiten schot. De landbouwbedrijven, goed voor de helft van het totale grondwatergebruik, zijn makkelijker aan te pakken, zegt hydroloog Patrick Willems (KU Leuven), omdat zij vaak gecompenseerd kunnen worden door het Rampenfonds. ‘Industriële productieprocessen kunnen niet zomaar aangepast worden’, zegt Willems. ‘Daarom is het belangrijk in te zetten op langetermijnmaatregelen die hen aansporen minder te verbruiken.’ Zo moet de waterprijs omhoog en moeten bedrijven financiële steun krijgen om hun watergebruik te hervormen.