Kiezen voor een variabele woonrente? Toch even opletten
Foto: BELGA

Steeds meer Belgen kiezen voor een woonlening met variabele rente. Het prijsvoordeel van nu weegt op tegen het (beperkte) risico op latere rentestijgingen.

Eerst dit: de meerderheid van de kandidaat-bouwers of -huiseigenaars kiest nog altijd voor een woonkrediet met een vaste rente op minimaal tien jaar. Volgens cijfers van de Nationale Bank gaat het om bijna acht op de tien van alle nieuwe kredietaanvragen.

Wie voor een lening met vaste rente kiest, weet gedurende de hele looptijd van de lening precies over hoeveel er elke maand moet worden afbetaald. In deze formule is de lage rentevoet gebetonneerd.

Maar het percentage van woonleningen met een variabele rente zit sinds een tijdje duidelijk in de lift. Voor het tweede kwartaal ging het om iets meer dan 7 procent van de kredietnemers.

Volgens spaargids.be was er vlak voor de zomer zelfs sprake van een ‘versnelling’ in de interesse voor deze formule. Dat leert spaargids.be uit een rondvraag bij de grootbanken.

‘In 2016 had 6 procent van onze leningen een variabele rente. In 2017 is dit percentage tot 15 procent gestegen, in het voorjaar van 2018 tot 17 procent en in de maand juni zelfs naar 21 procent’, luidt het bij BNP Paribas Fortis. Bij Belfius is het aandeel woonkredieten met een variabele rentevoet zelfs gestegen van 15 procent in januari tot 30 procent in juni.

Lage rente/klein risico

Die gestegen interesse valt te verklaren door het feit de variabele rentevoeten nog een stuk lager liggen dan de (lage) vaste rente. Voor de kredietnemer levert dat een onmiddellijk prijsvoordeel op. En dat effect op korte termijn weegt voor veel mensen op tegen het risico dat er later wel een renteverhoging kan volgen. De rente kan omhoog naargelang de formule: jaarlijks, of in periodes van drie of vijf jaar.

Maar de risico’s op een hogere rente zijn voorlopig niet zo groot. De Europese Centrale Bank zal pas na de zomer van 2019 (misschien) een eerste (beperkte) renteverhoging doorvoeren.

Bovendien is die verhoging bij wet beperkt. Het tarief van een lening met variabele rente mag hoogstens verdubbelen. Wie nu een lening tegen bijvoorbeeld 1,50 procent kan afsluiten, zal zijn rente nooit boven de 3 procent zien klimmen.

Korte duur/lange duur

Toch deze waarschuwing: een variabele rente is vooral voordelig voor wie een lening op kortere termijn afsluit, van pakweg tien jaar. Bij leningen op langere termijn, van 20 of 25 jaar, zal een rentestijging zwaarder doorwegen omdat het maandelijkse afbetalingsbedrag gedurende een veel langere tijd aangehouden blijft.

Immotheker John Romain meent in Het Laatste Nieuws dat vooral veertigers kiezen voor een variabele formule. ‘Omdat zij zelf al wat spaargeld opzij hebben gelegd, moeten ze een minder groot bedrag lenen bij de bank en kunnen ze dus voor een kortere aflosssingsperiode gaan, aan een lage variabele rente.’

Rekenvoorbeeld

Een berekening door spaargids.be leert het verschil in kostprijs tussen een lening met vaste en variabele rente: wie een lening van 150.000 euro met vaste rente op 20 jaar afsluit aan een rente van 1,80 procent, moet maandelijks 743,67 euro betalen. Na 240 maanden geeft dat een totaalbedrag van 178.480,46 euro.

Wie kiest voor een lening met jaarlijkse aanpasbare rente kan vandaag tegen 1,50 procent lenen. Dat geeft voor het eerste jaar een afbetaling van 723,11 euro. Maar als de rente naar (maximaal) 3 procent stijgt, gaat dat maandbedrag omhoog tot 823,40 euro, of 196.016,40 euro voor de hele rit.