Onze videorefs (VAR) kunnen bij de beoordeling van de tv-beelden geen beroep doen op een hulplijn om buitenspelsituaties te beoordelen. Dat zei scheidsrechtersbaas Johan Verbist dinsdag in zijn analyse van de eerste speeldag in de Jupiler Pro League.

De openingswedstrijd tussen Standard en AA Gent (3-2) werd beslist door een dubieuze penaltyfase. Anderson Esiti, die Odjidja-Ofoe verving, haalde Mpoku onderuit in het strafschopgebied. Laforge legde het leer op de stip, maar voorafgaand aan de penaltyfase moest er eigenlijk gevlagd worden voor buitenspel. Noch de assistent, noch de videoref greep in.

“Voor de assistent-scheidsrechter is het onmogelijk te zien of dit buitenspel is. Ook voor de VAR is dit zeer moeilijk te zien vermits zij de lijn die door de TV-productie getrokken wordt, niet hebben”, weet Verbist. “Als videoref Tim Pots zou beschikken over dezelfde hulplijn had hij kunnen tussenkomen wegens buitenspel”, aldus de scheidsrechtersbaas.

(Beklijk de bewuste fase in onderstaande video vanaf minuut 1:00)

Verder beoordeelde de VAR op speeldag 1 vier op vijf fases correct. Enkel bij het handspel van Steve De Ridder in het duel tussen Lokeren en KRC Genk (0-4) ging de videoref de mist in. De Limburgers kregen geen penalty, maar hadden die wel verdiend. “De Ridder speelt duidelijk de bal met de bovenarm in het strafschopgebied. Hier had de VAR altijd moeten tussenkomen”, zegt Verbist.

LEES MEER: Scheidsrechtersbaas beoordeelt ingrepen videoref fase per fase: “Ook voor de VAR is dit zeer moeilijk te zien”