Betaald educatief verlof steeds minder in trek
Foto: BELGA

Het aantal werknemers in de privé dat gebruikmaakt van het betaald educatief verlof, waardoor ze bijscholing kunnen volgen zonder loon te verliezen, is opnieuw gedaald. In 2017 ging het voor het eerst om minder dan twee procent van de werknemers.

Hoewel het stelsel van educatief verlof een manier is om werknemers te stimuleren om inzetbaar te blijven op de arbeidsmarkt, is het gebruik de laatste jaren licht gedaald. In topjaar 2012 ging het om 2,43 procent van de werknemers, vorig jaar ging het om amper 1,97 procent. Dat blijkt uit cijfers van HR-dienstverlener Acerta.

Wie in 2017 educatief verlof opnam, was gemiddeld 58 uur afwezig. De wetgever laat nu toe om, afhankelijk van de opleiding en de duur ervan, maximaal 80 (taalcursussen) tot 120 uur op te nemen, maar het gemiddelde ligt dus veel lager. Dat gemiddelde van 58 uur is doorheen de jaren constant gebleven.

Vrouwen maken iets meer gebruik van het stelsel: 1,88 procent bij de mannen, 2,07 procent bij de vrouwen. De locatie van het bedrijf heeft ook invloed op het succes van educatief verlof. In Vlaanderen gaat het om 2,1 procent van het personeel, terwijl Brussel (1,73 procent) en Wallonië (1,28 procent) nog lager scoren. In Brussel en Wallonië werden nog geen initiatieven genomen om het huidige stelsel te vervangen.

Acerta baseert zich voor deze bevindingen op de gegevens van meer dan 40.000 privéwerkgevers.

Hervormd

Wie in de privésector werkt, heeft recht op een aantal uren afwezigheid per jaar om erkende opleidingen te volgen, met behoud van loon. De overheid betaalt de werkgevers hiervoor deels terug. De Vlaamse regering besliste in zijn zomerakkoord dat het betaald educatief verlof hervormd wordt tot het Vlaams Opleidingsverlof. Vanaf het schooljaar 2019-2020 zal elke werknemer in de privé recht hebben op 125 uur opleidingsverlof, zonder loonverlies. De Vlaamse overheid betaalt daarbij de loonkost terug aan de werkgever.

Acerta noemt de beslissing van de Vlaamse regering ’een stap in de goede richting’.

Anders dan vroeger moet het wel steevast gaan om arbeidsmarktgerichte opleidingen onderworpen aan een beoordelingssysteem óf loopbaangerichte opleidingen passend in een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) nadat de betrokken werknemer loopbaanbegeleiding volgde. Tot nu moest die opleiding niet noodzakelijk relevant zijn voor de job die de werknemer vandaag uitoefent of voor een functie die de werknemer in de toekomst ambieert.