Alexandre Benalla, de in opspraak gekomen gewezen veiligheidsmedewerker van de Franse president Emmanuel Macron, ontkent dat hij tijdens de 1 mei-manifestatie in Parijs betogers heeft geslagen. In een interview met de tv-zender TF1 zegt hij vrijdagavond dat er ‘geen slag werd uitgedeeld’.

‘Er zijn bewegingen die heftig zijn, die snel zijn, maar er is geen enkele klap uitgedeeld’, zo beweert de intussen ontslagen veiligheidsmedewerker tijdens het tv-interview. Zijn verklaring lijken echter niet in overeenstemming te zijn met bovenstaande videobeelden die de krant Le Monde op 18 juli vrijgaf. Daarop is onder meer te zien hoe Benalla, die een politiehelm draagt, een betoger wegtrekt bij agenten, hem meerdere klappen toedient en hem vervolgens op de grond werkt.

‘Wat me het meest ergert, is dat de media nooit de beelden ervoor en de beelden erna hebben getoond’, aldus Benalla. ‘Namelijk de beelden die mijn reactie hebben uitgelokt en die van de arrestatie.’

‘Reageerde als een burger’

‘Ik zie dit niet als het plegen van daden die wettelijk laakbaar zijn. Ik werd geconfronteerd met mensen die vandalen zijn, die criminele feiten hebben gepleegd. Ik had de reactie van een burger die mensen wilde helpen arresteren, die volgens mij criminelen zijn.’

Benalla werd kort na de feiten voor twee weken geschorst, maar het gerecht werd niet op de hoogte gebracht. Na het verspreiden van de video werd hij wel ontslagen. Het parket van Parijs heeft intussen ook een onderzoek gestart tegen de 26-jarige Benalla. Hij wordt beschuldigd geweldpleging in groep, ongeoorloofd bekleden van functies en onwettige wapendracht.

Motie van wantrouwen

Naar aanleiding van de zaak-Benalla hebben drie linkse partijen vrijdag een gezamenlijke motie van wantrouwen tegen de Franse regering ingediend. Donderdag had ook al de rechtse oppositiepartij Les Républicains (LR) een motie van wantrouwen ingediend. Beide teksten zullen dinsdag samen besproken worden in het halfrond.