Geen sprake van kwallenplaag aan Belgische kust
Foto: carlo coppejans

Ondanks een kleine piek van meldingen van kwallen in het westen van de Belgische kust blijft hun aantal uitermate beperkt op de stranden. Ook de kleine pieterman liet zich nog niet veel zien dit zomerseizoen.

Maandag waren er in De Panne nog 37 meldingen van mensen die geneteld waren door een kompaskwal, maar navraag wijst uit dat die trend zich niet doorzet over de volledige Belgische kustlijn.

‘Navraag bij onze Seawatchers, vrijwilligers die op regelmatige basis het strand controleren en monitoren, bevestigen de bevindingen van in De Panne niet’, aldus Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee. ‘Er is hooguit sprake van kleinere aantallen kompaskwallen. Elders aan de westkust is er nog sprake van de oorkwallen en zeepaddenstoelen, maar die netelen de mens niet.’

Dat er weinig kwallen zijn, komt door het weer.

‘De wind zit eigenlijk verkeerd om veel kwallen op het strand te krijgen. Veel kwallen verwacht je net bij aflandige wind, van oosten- tot zuidzuidwestenwind, omdat dan de wind het oppervlaktewater wegduwt van het strand en er een compenserende onderstroom, waarin de kwallen zich bevinden, richting het strand staat. Mogelijk hebben de meldingen van De Panne dan ook een lokaal karakter en zijn ze gedreven door een plaatselijke stroming’, aldus Seys.

Geen sprake van kwallenplaag aan Belgische kust

Het is ook niet vreemd dat de kompaskwal, genoemd naar de roodbruine strepen op de hoed, nu aanspoelt. Er zijn vier kwallensoorten die geregeld aan de kust aanspoelen tussen het voorjaar en het najaar. In het voorjaar spoelen blauwe haarkwallen aan, gevolgd door de oorkwallen. Kompaskwallen spoelen aan in volle zomer en in het najaar is het de beurt aan zeepaddenstoelen.

Ook de kleine pieterman blijft opvallend afwezig dit jaar, en dat al voor het tweede jaar op rij. ‘Hoewel die soort door klimaatopwarming duidelijk talrijker is geworden bij ons in de afgelopen dertig jaar, zijn de subtielere verschillen tussen jaren onderling moeilijker te duiden. Ik zou vandaag in ieder geval nog niet durven te stellen dat er een dalende trend is’, besluit Seys.

Een aanwijsbare reden voor de daling is er niet.

WAT KAN JE DOEN BIJ EEN BEET?

Bij algemene symptomen (zwelling van gezicht of lippen, problemen met ademhaling,…) belt men best een arts of de 112. In het andere geval heeft het Antigifcentrum volgende tips:

  • Spoel de aangetaste huid met zeewater. Gebruik hier geen zoet water voor, want dit kan de niet afgeschoten netelcellen alsnog activeren.
  • Zichtbare tentakels kunnen door middel van een pincet of wattenstaafje worden verwijderd. Om onzichtbare tentakels te verwijderen kan men scheerschuim aanbrengen en voorzichtig schrapen met de rand van een stukje karton of bankkaart, van de tenen of vingers naar boven toe.
  • De pijn kan verlicht worden door het getroffen lichaamsdeel in heet water (max. 45°C) te baden gedurende ongeveer 20 minuten.
  • Desinfecteer de aangetaste zone met een ontsmettingsproduct.
  • Bij oogcontact spoelen met fysiologisch water. Elk contact met de ogen dient door een arts te worden onderzocht.
  • Het is aan te raden de aangetaste zone te beschermen tegen de zon om kans op vorming van littekens (bruine vlekken) te verminderen.
  • Er worden verschillende middelen voorgesteld om de activering van niet afgeschoten netelcellen te voorkomen, zoals het gebruik van azijn, alcohol, ammoniak of natriumbicarbonaat (maagzout). Het gebruik van azijn wordt door het antigifcentrum niet aanbevolen voor kwallen in onze regio. Experimenten in laboratoria hebben aangetoond dat het gebruik van azijn het vrijgeven van gif kan stimuleren.
  • Het is niet aan te raden op de kwallensteek te urineren, zoals vroeger wel eens werd gezegd.