Froome over rivaliteit met Thomas: “Zolang één van ons wint, ben ik blij”
Foto: BELGA

Geraint Thomas snijdt de slotweek in de Ronde van Frankrijk aan met de gele leiderstrui om de schouders. Hij telt in het klassement 1:39 voorsprong op Sky-ploegmaat en kopman Chris Froome. Op de tweede rustdag, maandag in Carcassonne, herhaalde Thomas dat hij niet bezig is met eigen succes en het ploegbelang vooropstaat.

“Het podium halen was een droom, en de kaarten liggen voorlopig nog altijd goed. Dat is positief. Verder is het laatste woord aan (sportdirecteur) Nico Portal. Hij overlegt met ons en heeft uiteraard ook een eigen mening. Op het einde van de dag hakt hij de knoop door”, vertelde Thomas. “Voorlopig loopt alles op wieltjes en we hopen dat we die lijn kunnen doortrekken. Ik ben nog altijd niet bezig met winnen, ik bekijk het nog steeds dag per dag. Wat telt is deze wedstrijd winnen en zolang een van ons dat doet, is dat wat echt telt.”

De Welshman onderstreepte nog eens zijn goeie relatie met viervoudig Tourwinnaar Froome. “We zijn goeie maten en we rijden nu al een jaar of tien, elf samen. We wonen bij elkaar in de buurt, trainen vaak samen en schieten goed op met elkaar. Ik heb veel van hem opgestoken over mentale sterkte, de instelling om ‘nooit dood te gaan’ en hoe om te gaan met wat er op je afkomt tijdens een race.”

Dinsdag wacht de renners de eerste etappe in de Pyreneeën. “Het wordt zwaar, er zal van bij de start worden aangevallen”, voorspelt Thomas. “Er wachten moeilijke cols met een slotklim op hoogte, dus niet te gek doen vanaf het begin wordt de boodschap.”

Froome nam maandag plaats naast Thomas en ook hij hamerde op het ploegbelang. “Het gaat niet over wie de nummer één is. We zitten momenteel in een ideale situatie. Wij moeten niet aanvallen, dat is aan de concurrenten. Zolang een van ons in Parijs op de hoogste trede staat, ben ik blij”, verzekerde hij.

Op de vraag of Froome Thomas ziet als zijn belangrijkste tegenstander, antwoordde hij “neen”. Of hij bereid zou zijn een vijfde Tourzege op te offeren voor zijn ploegmaat, zei Froome dan weer (met een lachje) “ja”.