Waarom zwemmen in plassen en kanalen echt wel gevaarlijk is
archiefbeeld. Foto: foto joren de weerdt

Met de tropische temperaturen wagen meer mensen zich aan een duik op plaatsen waar zwemmen verboden is. Daarbij vielen afgelopen weekend nog twee doden. Wie zwemt in plassen of kanalen waar een verbod geldt, brengt zichzelf in gevaar.

Zondag werd aan de E10-plas in het Antwerpse Brasschaat het lichaam van een 55-jarige man gevonden die daar zaterdag was gaan zwemmen. Dezelfde dag verdronk een 34-jarige man nadat hij van een brug was gesprongen in het kanaal Nimy-Blaton in Hensies, in de provincie Henegouwen.

• In de E10-plas geldt een zwemverbod omdat het water er tot 15 meter diep is en er daardoor verschillende temperatuurlagen ontstaan. Ook in veel andere plassen, meren en kanalen is de bovenlaag van het water warm en de onderlaag heel koud. Daardoor kunnen de spieren verkrampen en kunnen onderkoelingsverschijnselen optreden. Zwemmers kunnen ademhalingsproblemen krijgen en onwel worden.

• Een zwemverbod wordt ook vaak ingesteld omdat de waterkwaliteit niet voldoet. Het Vlaamse Agentschap Zorg & Gezondheid controleert plassen, meren en waterwegen dagelijks op de aanwezigheid van bacteriën. ‘Die kunnen leiden tot maag- en darmklachten, maar kunnen ook minder milde gevolgen hebben’, legt Marleen Van Dijk van het agentschap uit. ‘Botulisme, dat veroorzaakt wordt door kadavers van dieren, kan zelfs verlamming van het aangezicht en de ademhalingsspieren veroorzaken.’

• Het water van meren, plassen en kanalen is vaak heel troebel. Daardoor kunnen eventuele objecten of constructies op de bodem niet opgemerkt worden, wat in het water springen of duiken gevaarlijk maakt.

• De oevers van veel plassen en kanalen zijn niet op zwemmers voorzien. Daardoor kan het moeilijk zijn om uit het water te raken.

• Kanalen worden bovendien veel gebruikt voor scheepvaart. ‘Een zwemmer is vanaf een schip meestal niet of nauwelijks te zien’, waarschuwt de Vlaamse Waterweg, de organisatie die de Vlaamse waterwegen beheert. ‘Schepen hebben een langzamere reactietijd dan auto’s. Schippers kunnen dus niet snel uitwijken of vaart minderen. Zelf zie je ook niet altijd een varend schip door de bouw van een brug of gewoon door onoplettendheid.’

• Schepen gaan ook sneller dan de meeste mensen denken en zwemmers kunnen door de zuigende werking naar een schip toe worden getrokken, waarschuwt de Vlaamse Waterweg. ‘Sluizen en stuwen op de rivieren en kanalen veroorzaken bovendien stromingen, die zwemmers voor problemen kunnen stellen.'