Schunnige moppen tappen straks niet meer strafbaar door modernisering Strafwetboek
Foto: Belga

De ministerraad heeft vrijdag zijn fiat gegeven voor een verdere hervorming van het Strafwetboek. Dat wordt geactualiseerd en aangepast aan de moderne tijd. Daardoor zal het bijvoorbeeld niet meer strafbaar zijn schunnige moppen te tappen.

In de praktijk wordt die straf natuurlijk allang niet meer toegepast, maar het staat nog wel in het Strafwetboek. Wie schunnige moppen vertelt, aangebrande liederen zingt of erotische gedichten voordraagt, maakt zich schuldig aan ‘mondelinge schunnigheden’, en kan daar in theorie voor worden gestraft.

Dat verandert binnenkort. Het kabinet van Justitieminister Koen Geens (CD&V) meldde vrijdagavond namelijk dat de ministerraad het licht op groen heeft gezet voor de hervorming van Boek II van het Strafwetboek, anderhalf jaar nadat Boek I al werd herzien.

Naast het schrappen van de straffen voor mondelinge schunnigheden, zullen nog heel wat andere zaken veranderen. Zo wordt nachtlawaai uit het Strafwetboek gehaald, omdat dat nu kan worden aangepakt met een GAS-boete. Andere zaken zullen voortaan wel strafbaar worden, zoals vluchten uit de gevangenis, ook als tijdens de vluchtpoging geen andere strafbare feiten worden gepleegd. Daardoor kunnen meer onderzoeksmaatregelen worden toegepast om de voortvluchtige gedetineerden op te sporen.

Seksuele meerderjarigheid

Zullen ook worden opgenomen in het Strafwetboek: iemand aanzetting tot zelfmoord, lijkschennis en het aanmaken of verspreiden van extreem pornografische of gewelddadige boodschappen.

Een aantal inbreuken zal dan weer veel zwaarder worden bestraft, zoals de meest ernstige seksuele misdrijven. De wettekst maakt daarnaast een aantal misdrijfomschrijvingen concreter. Dat geldt voor de leeftijd van seksuele meerderjarigheid, het moment waarop een jongere toestemming kan geven voor seksuele betrekkingen. Die wordt in de regel zestien jaar, al zal een jongere vanaf veertien jaar ook rechtmatige toestemming kunnen geven, indien het leeftijdsverschil met de partner maximaal vijf jaar bedraagt en er geen sprake is van een gezags- of vertrouwenspositie.