Waarom de terugreis altijd korter lijkt dan de heenreis
Foto: istock/getty
Aan alle mooie liedjes komt een einde en zo ook aan die zomerreis. De terugreis wordt ingezet en ondanks het wegglippende vakantiegevoel lijk je heel wat sneller thuis dan verwacht. Maar hoe komt dat nu?

'De foute inschatting heeft te maken met verkeerde verwachtingspatronen', zegt Niels van de Ven, psycholoog aan de Universiteit van Tilburg. 'Bij de heenreis wordt de reistijd vaak onderschat waardoor de hele rit of vlucht langer duurt dan verwacht. En het gevoel dat het erg lang duurde, vormt nu eenmaal de basis voor de verwachting van de terugreis.' Resultaat? Die terugreis voelt korter aan.

Om tot die conclusie te komen onderzocht van de Ven samen met zijn collega Leon van Rijswijk (Technische Universiteit Eindhoven) een testgroep van 360 personen. De ene deelnemer maakte een busreis naar de Efteling, de andere maakte een fietstochtje naar het bos. Voor hun gevoel duurde de terugreis 22 procent korter dan de heenreis. 'Hoe zwaarder de heenreis onderschat werd, hoe beter de terugreis meeviel', aldus de onderzoekers.

Fris en monter

De psychologen hebben dan wel een belangrijk deel van de illusie verklaard, 'toch moet de conclusie aangevuld worden', zegt hoogleraar geschiedenis van de psychologie Douwe Draaisma. 'Vermoeidheid speelt hierbij een belangrijke rol', zegt de auteur van het boek Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt. 'Als je fris en monter bent, slaat het geheugen veel meer op dan als je moe bent. Mensen schatten een tijdsduur vaak in aan de hand van de opgeslagen herinneringen. Ook om die reden lijkt de heenreis langer te duren.'

Ook het geduld (of het gebrek eraan) speelt daarbij een rol: 'Mensen die op reis gaan, kijken vaak erg uit naar de eindbestemming', zegt Draaisma. 'Ze zijn ongeduldig, waardoor de reis tergend lang lijkt te duren. Over de terugreis en de thuiskomst zijn mensen doorgaans heel wat minder opgewonden.'