‘Vrouwen moeten doen alsof ze pas na een maand zin hebben’

Ik voel een grote drang om me seksueel te bevrijden. Jammer genoeg gaat deze drang gepaard met een diepe angst voor soa’s. Het is nu mijn derde test van het jaar en we zijn nog maar juli.

Boodschap van algemeen nut: gebruik altijd een condoom. Heb er altijd een op zak. Zelf gebruik ik ook bijna altijd een condoom. De dokter probeert het medische profiel van mijn partner te achterhalen.

‘Hij is mijn partner niet.’

‘Wie is hij dan?’

‘Een onbekende.’

Je ligt een weekend lang samen in bed, je slaapt verstrengeld in zijn naakte lijf, je wast elkaar, maar als je hem de volgende morgen bij een café frappé vraagt of hij veilig is, zegt hij dat er ‘weinig risico’ is. Meer wil hij niet kwijt over zijn privacy.

Weinig risico?

Oké. Het is zover. Ik ga dood.

De dokter vraagt:

‘Heeft hij onbeschermd seks gehad met andere vrouwen?’

‘Waarschijnlijk.’

‘Met hoeveel vrouwen?’

’Ik weet het niet.’

Er volgt een ongecontroleerde huilbui.

Ze zegt dat ik voorzichtiger moet zijn, dat als ik later kinderen wil, ik beter geen ziektes kan oplopen. Ze vraagt me niet of ik kinderen wil, ze zegt me dat ik kinderen wil en dat ik moet stoppen met die wisselende contacten. Ze geeft me advies over hoe ik een vaste relatie kan bemachtigen. Ze zegt: ‘Als je een man leert kennen, moet je minimaal een maand wachten om met hem naar bed te gaan.’

Vrouwen die te snel seks hebben met een man, zijn niet te vertrouwen. Vrouwen moeten doen alsof ze pas na een maand zin hebben, misschien zelfs een beetje tegenzin, zodat de man hen kan veroveren. Daar worden mannen geil van. Mannen hebben zin. De man verovert.

Bij mij zit het zo: ik heb ook zin. En als ik zin heb, heb ik ook écht zin. Meer zelfs, dan communiceer ik dat. Dat doe ik zo: ik kleed hem uit, nog voor hij de woonkamer betreedt. Op de hoek van de straat heb ik zijn hemd al losgeknoopt omdat ik zoveel zin heb. Ik heb geen zin om te doen alsof dat niet zo is.

Inzicht: de meeste soa’s – de mééste, het best altijd een condoom gebruiken! – genees je gewoon met een pil of een zalfje. Dus, beste dokter, sta mij toe om, in al mijn geilheid, te genieten van zijn lijf, zijn speeksel en zijn zweet. Wie experimenteert, gaat niet dood, wie experimenteert, lééft. (Althans dat hoop ik toch. Rustig blijven ademen.)

Ik zit nu in mijn ondergoed op de dokterstafel. Ze trekt mijn bloed en zegt: ‘Ik snap niet dat je je zomaar aanbiedt aan al die mannen, je bent zo’n mooie, jonge vrouw.’

Ik zeg: ‘Ik bied me niet aan, ik verover.’