Turkse noodtoestand beëindigd, in de plaats komt strenge antiterreurwet
Foto: REUTERS

Na twee jaar is om middernacht een einde gekomen aan de noodtoestand in Turkije. De Turkse regering heeft intussen al een strenge antiterreurwet opgesteld die de noodtoestand moet vervangen. In de campagne voor de verkiezingen van 24 juni had Erdogan al beloofd een punt te zetten achter de noodtoestand. Die werd op 20 juli 2016 uitgeroepen, na de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016.

Op de nieuwe antiterreurwet kwam al kritiek van de belangrijkste oppositiepartij, CHP. Partijleider Kemal Kilicdaroglu zei dat de de staatsgreepwetten zo verstrengd worden, in plaats van afgeschaft. ‘Ze brengen nu wetgeving naar het parlement die de noodtoestand permanent maakt.’

Het voorstel zal donderdag in een parlementscommissie besproken worden, en volgende week ingediend worden bij het parlement. Er worden geen problemen verwacht bij de goedkeuring, omdat Erdogans AKP en de extreemrechtse bondgenoten van MHP een meerderheid hebben in het parlement.

Een woordvoerder van de AKP maakte woensdag de vergelijking met Frankrijk. Ook daar gold de noodtoestand, na de aanslagen van november 2015 in Parijs. In november vorig jaar werd die opgeheven, maar de Franse regering zette een aantal elementen van die noodtoestand om in de normale wetgeving.

Arrestaties

Erdogan gebruikte de noodtoestand onder meer om tienduizenden mensen te arresteren en ruim 150.000 overheidsfunctionarissen en militairen te schorsen of te ontslaan. Ze zouden banden hebben met de in de Verenigde Staten wonende prediker Fethullah Gülen, die door de president verantwoordelijk wordt geacht voor de couppoging.

Het referendum van april vorig jaar vond ook plaats onder de noodtoestand. Een zeer nipte meerderheid van de Turken stemde toen in met de omvorming van de Turkse democratie, van een parlementair systeem naar een presidentieel systeem. Erdogan leidt sindsdien zowel de regering als de staat.